|
Article on other languages:
|
Een antihistaminicum onderdrukt allergische reacties. Het blokkeert de werking van het lichaamseigen histamine. Histamine ligt in bepaalde cellen opgeslagen en komt vrij nadat het lichaam in contact is geweest met een allergeen (een stof waar iemand allergisch voor is). Het histamine kan plaatselijk vrij komen (bijvoorbeeld na een insectensteek, waarna het histamine voor het bultje en de jeuk verantwoordelijk is), maar kan ook in de bloedbaan worden uitgestort. Dit kan tot variërende en soms levensgevaarlijke situaties leiden: van lichte ademhalingsmoeilijkheden via bloeddrukdaling tot diepe shock en zelfs tot overlijden. Er zijn twee grote groepen antihistaminica: de H1 en de H2 antihistaminica. ToedieningSommige antihistaminica zijn bedoeld om oraal in te nemen. Deze werken tegen allerlei vormen van allergie, of het nu om een loopneus, benauwdheid of huiduitslag gaat. Ook kunnen een aantal van deze stoffen gebruikt worden bij kriebelhoest. Een ander toepassingsgebied is het bestrijden van brandend maagzuur. Andere antihistaminica zijn in de vorm van neusspray of oogdruppels. Die zijn specifiek voor neusklachten respectievelijk oogklachten; klachten die bij hooikoorts passen. Slechts weinigen kunnen intraveneus worden toegediend. Dit is alleen voorbehouden aan artsen tijdens de behandeling van ernstige allergische of anafylactische reacties. BijwerkingenDe oudere antihistaminica hadden nogal wat bijwerkingen, voornamelijk slaperigheid. Nieuwere antihistaminica zoals desloratadine hebben dit probleem niet. Met een éénmaaldaagse dosering zijn de klachten meestal goed te voorkomen. In sommige omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens zwangerschap en borstvoeding, zijn antihistaminica minder geschikt hoewel sommigen juist antihistaminica gebruiken bij zwangerschapsbraken. TriviaSommige kruiden hebben een antihistaminicumwerking, bijvoorbeeld citroenmelisse. |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.