|
Article on other languages:
|
Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen in de sociale interactie, de communicatie en (bij kinderen tot 3 jaar) zich steeds herhalend gedrag. De stoornis begint al voor het derde levensjaar en kan niet genezen worden. Een persoon met een ernstige vorm van autisme kan niet zelfstandig leven. Vroeger dacht men dat alleen mensen met een verstandelijke handicap autistisch konden zijn. Tegenwoordig wordt autisme als onafhankelijk van de intelligentie beschouwd. Wat de oorzaken van autisme betreft, zijn er nog maar weinig wetenschappelijk goed onderbouwde conclusies. Autisme is afgeleid van het Griekse woord αυτός, zelf.
IndelingDe term autisme kan verwarring wekken omdat men hier soms klassiek autisme mee bedoelt en soms alle autismespectrumstoornissen (ASS), dit zijn:
Alhoewel het syndroom van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd bij de pervasieve ontwikkelingsstoornissen horen, worden ze doorgaans niet tot het autismespectrum gerekend omdat het ziektebeelden zijn, waarbij autistisch gedrag slechts een symptoom is[2]. Historisch overzichtHalverwege de negentiende eeuw werd in Engeland al over autisme geschreven. Daarvoor werden mensen met autisme ‘eenzelvig’ of ‘psychotisch’ genoemd. De Amerikaanse kinderpsychiater Leo Kanner beschreef in 1943 als eerste het infantiel of vroegkinderlijk autisme. Hij nam het woord over van de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler (1857-1939). Deze gebruikte de term echter voor schizofrene patiënten die moeite hadden om met andere mensen in contact te treden. Pas in 1989, met het succes van de film Rain Man, kwam er meer aandacht voor de diagnose en erkenning van volwassenen - met normale begaafdheid. Voorheen kregen vooral kinderen - met een verstandelijke handicap - de diagnose. Definitie en beschrijvingAutisme wordt bestudeerd door verscheidene takken van de wetenschap. Naargelang het vakgebied kan de omschrijving van autisme behoorlijk verschillen. In de psychologie dient (observeerbaar) gedrag als basis voor de diagnose van autisme. In de neurowetenschap zijn dat vooral de hersenfuncties. NeurowetenschapAutisme wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak. De hersenen van mensen met autisme functioneren anders. Hierdoor bestaan hun waarnemingen uit losse fragmenten met weinig verband [3]. Er is echter nog niet vastgesteld welk deel van de hersenen anders zou functioneren. Gedrag; triadeDrie kenmerkende eigenschappen van autisme zijn afwijkingen in de:
CommunicatieDe tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Communicatie is gebaseerd op betekenisverlening. Waar taal meestal geen probleem vormt voor mensen met autisme en een normale begaafdheid, is het toekennen van betekenis aan woorden dat vaak wel. Men onderscheidt: de expressieve communicatie (het uiten) en de receptieve communicatie (het begrijpen). Voor beide soorten geldt dat voor mensen met autisme de techniek van de taal - onder andere zinsopbouw en woordenschat - begrijpelijk is, maar dat de sociale aspecten van communicatie de moeilijkheid vormen. Hieraan ligt ten grondslag de problematiek van samenhang aanbrengen binnen de taal en het beperkte inlevings- en verplaatsingsvermogen. In de praktijk betekent dit dat mensen met autisme goed kunnen omgaan met alles wat 'letterlijk' en concreet is. Problemen doen zich voor, als de andere partij bijvoorbeeld woordgrapjes of sarcastische, spreekwoordelijke of emotioneel gekleurde begrippen gaat gebruiken. Verwijzende woorden, waarbij de betekenis varieert in tijd, ruimte of persoon (zoals ‘morgen’, ‘onder’, ‘ik’) zijn vaak problematisch. Hoe abstracter de begrippen, hoe moeilijker het wordt voor mensen met autisme. Het "om de beurt wat zeggen in een gesprek" is een probleem. Autisten blijven hangen in hun eigen interesses. Hun verhaal kan onverwachte wendingen nemen en is vaak associatief en fragmentarisch. Echolalie (het herhalen van woorden of zinnen van anderen) komt vaak voor, vooral bij jongere kinderen met autisme maar is ook merkbaar bij oudere autisten, vooral in situaties met stress. Bij een persoon met autisme kan er sprake zijn van een vertraagde ontwikkeling van ‘gezamenlijke aandacht’ (joint attention). Het kan zijn dat dit gedrag niet of slechts beperkt ontwikkeld wordt. Een kind dat een normale ontwikkeling doormaakt zal rond zijn eerste levensjaar zijn aandacht op iets gezamenlijks kunnen richten. Het kind vraagt hierbij de aandacht van een ander door te wijzen naar een bepaalde gebeurtenis of voorwerp. Ook het kijken in dezelfde richting als een ander, als deze zijn hoofd draait om naar iets te kijken, is een vorm van ‘gezamenlijke aandacht’. Dit wordt ‘gaze-following’ genoemd. Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit alles vaak nog duidelijker naar voren. Voor non-verbale communicatie gelden vergelijkbare problemen. VerbeeldingLorna Wing verving in 1996 in de triade het begrip stereotyp gedrag door het begrip verbeelding.
Sociale interactiesDe stoornis binnen de sociale interactie is vaak het opvallendste kenmerk van autisme. Mensen verwachten van elkaar een bepaalde vorm van socialiteit, zeker als het gaat om de opbouw van een relatie, waarin ook wederkerigheid wordt verwacht. Voor mensen met autisme kunnen dit soort zaken erg moeilijk zijn, omdat er voor sociale interacties geen duidelijke en vaste regels zijn en zij dus weinig houvast hebben. Door hun probleem met empathie is het ook erg moeilijk voor hen om zich in de gevoelens en gedachtengang van de ander te verplaatsen. Ook zijn mensen met autisme zelf niet goed in het verwoorden van hun gevoelens, omdat deze veel te abstract zijn om daar een concrete betekenis aan toe te kennen. De sociale stoornis kan zich heel divers manifesteren. Er worden vier types onderscheiden:
Aantallen
Stijging in de diagnose autisme (rode lijn) ten opzichte van alle psychiatrische ziekten tussen 1993 en 2003 (NCHS).
Tot voor enkele jaren, toen men enkel het klassiek autisme als ‘echt’ beschouwde, werd aangenomen dat autisme bij 1 op 2200 mensen voorkwam. Het Vlaamse Autisme Centraal geeft aan dat 1 op 200 mensen zich binnen het autismespectrum bevinden en 1 op 1000 klassiek autisme hebben. Autistiform gedragPer individu kan de mate waarin autisme zich voordoet sterk verschillen. Zeer weinig personen vertonen álle symptomen. Het is voor de praktijk van belang onderscheid te maken tussen personen met autisme en personen met autistiform gedrag. Binnen de glijdende schaal van de autismespectrumstoornis wordt autistiform gedrag niet vermeld. Autistiform gedrag is geen autisme; het is op autisme gelijkend gedrag. Waar bij personen met autisme de volledige triade aan kenmerken aanwezig is, doet zich bij mensen met autistiform gedrag slechts een enkel kenmerk van autisme voor. Autistiform gedrag kan hinderlijk zijn, maar hoeft niet te leiden tot ongewenst gedrag. Mensen met een gemiddelde begaafdheid kunnen met autistiform gedrag maatschappelijk normaal functioneren. Autistiform gedrag grenst aan normaal gedrag en komt daarom vaak voor. Oorzaken?Wat de oorzaken van autisme betreft, zijn er al vele zaken geopperd. Sommige lijken op dit moment waarschijnlijker dan andere. Er zijn nog maar weinig wetenschappelijk goed onderbouwde conclusies.
Andere theorieën
DiagnoseOmschrijving en belangDe diagnose is de erkenning door een autismedeskundige of een diagnosecentrum op basis van gedrags- of biologische criteria. De diagnose kan de basis vormen voor verwerking, ondersteuning en leren. Voor de verwerking is vooral de erkenning van de diagnose door de omgeving erg belangrijk. Voor ondersteuning vragen overheidsinstanties een diagnose ter staving. Weinig personen in de psychische hulpverlening zijn op dit moment goed in staat de diagnose van autismespectrum stoornis (of ASS) - van het zware klassiek autisme tot het mildere Syndroom van Asperger - correct te stellen. Met de ouders en andere betrokkenen moet gepraat worden over het huidige en vroegere functioneren van de persoon. Er moet voldoende tijd genomen worden om het gedrag uitgebreid te observeren in verschillende contexten en situaties. ‘Offline’-diagnostiek (testen, vragenlijsten) brengt de sociale problemen in het echte leven niet of onvoldoende aan het licht. Uit differentiële diagnose volgt dat één van de meest voorkomende aandoeningen die dezelfde symptomen oplevert verwaarlozing is. Kinderen die erg verwaarloosd zijn, zoals kastkinderen, kunnen gedrag vertonen dat lijkt op autisme, maar het zeker niet is. Er zijn diagnosecentra in Vlaanderen [7] en Nederland.[8] Diagnose op basis van gedragGedragsobservaties blijven voorlopig de algemeen aanvaarde basis voor het stellen van een diagnose van autisme. Dit kan al op jonge leeftijd. Daarbij kijkt de deskundige vooral naar de (sociale) ontwikkelingsgeschiedenis, de medische voorgeschiedenis, taalontwikkeling, stereotiep gedrag/interesses/handelingen, cognitief functioneren, neuropsychologische gezondheid (zie ook Sally en Anne), motorische vaardigheden, zelfredzaamheid, en psychisch en sociaal-emotioneel functioneren. Hoewel diagnostische instrumenten zoals gedragsvragenlijsten en observatieschalen de betrouwbaarheid verhogen, blijft de juiste diagnose sterk afhankelijk van de klinische ervaring en de intuïtie van de diagnosticus in het herkennen van een bepaald gedragspatroon. Met andere woorden, er is nog steeds een aanzienlijk subjectief element in de diagnostiek. Daarnaast wordt de ontwikkelingsgeschiedenis van de persoon in kaart gebracht in een gesprek met hem en zijn nabije omgeving (partner, ouders, vertrouwenspersoon). Door observatie in de vertrouwde omgeving en/of in een ander milieu en een psychiatrisch onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Andere mogelijke onderzoeken zijn een neurologisch onderzoek, een psychologisch onderzoek van de cognitieve mogelijkheden, en het opmaken van een psychologisch educatief profiel (PEP). Het is belangrijk naar de volledige triade van stoornissen te kijken, en zich niet te beperken tot een deel ervan, zoals de communicatie of stereotiep gedrag. Diagnose op basis van biologische kenmerkenAan sommige universiteiten meent men autisme te kunnen vaststellen op basis van urinetesten naar de stof IAG. Dit stofwisselingsonderzoek is nog in een onderzoeksfase. GevolgenDoor de moeilijkheden om langdurige en intensieve contacten op te bouwen, kan autisme leiden tot een vereenzaamd leven zonder (veel) sociale contacten. Een minderheid van de volwassen autisten is in staat een relatie op te bouwen. Slechts een klein deel van hen heeft kinderen (vaak ook met autisme). Toch bestaan er volledig autistische gezinnen die door deze homogeniteit harmonieus functioneren. Zowel op school als in de werksituatie leidt autisme tot integratiemoeilijkheden en drammerig gedrag, mogelijk met depressieve buien. Autistische personen hebben hulp nodig op het gebied van; communicatie, omgang met gevoelens en kritiek, maar ook met geld en huishouden. Verder heeft het autisme van een persoon vaak ook effect op zijn omgeving (ouders, broers & zussen, partners, professionelen). Duidelijkheid over de diagnose, informatie- en ervaringsuitwisseling en het inzetten van hulpverleners helpen de omgeving in de omgang met mensen met autisme. Dit gebeurt onder meer via thuisbegeleiding. ErkenningMensen met autisme en hun omgeving hebben in de loop der tijd hard geijverd voor de erkenning van autisme als een ernstige handicap die recht geeft op professionele hulp. Om ondersteuning te krijgen moet hun autisme eerst erkend worden door een team van deskundigen aangesteld door de overheid.
Ondersteuning bij onderwijsDe keuze tussen gewoon en buitengewoon onderwijs (doorgaans voor personen met een verstandelijke en motorische handicap) hangt af van de verstandelijke vermogens van het kind, maar ook van de inspanningen van ouders én de school; (directie, leerkrachten, andere leerlingen, psychopedagogisch consulent).
Ondersteuning bij werkNauwelijks 6% van alle mensen met autisme hebben een voltijdse betaalde job, bij autisten met een normale begaafdheid is dat amper het dubbele. De redenen hiervoor zijn:
Doorgaans begint ondersteuning met erkenning van de mogelijkheden en een vroegtijdige diagnose. Voor de meeste mensen met autisme helpt een autismevriendelijke - concrete en rustige - omgeving. BehandelingDoorgaans is enige vorm van behandeling of ondersteuning raadzaam. Deze behandelingen zijn niet gericht op de genezing van autisme, maar op ondersteuning in het omgaan met autisme. Psychologische en gedragstherapeutische behandelingenDeze behandelingen richten zich op:
Er bestaan algemene benaderingen die uitgaan van leertheoretische principes[12] en specifieke benaderingen.[13] MedicatieEr bestaat geen medicijn tegen autisme. Maar soms kan ondersteuning nodig zijn door middel van medicatie, zoals antipsychotica (b.v. haloperidol, risperidon) en antidepressiva (b.v. fluvoxamine). LotgenotencontactNaast het volgen van een therapie kan een autistisch persoon zich aansluiten bij een zelfhulpgroep.[14] Alternatieve behandelingenDeze kunnen gericht zijn op beïnvloeding van gedrag, hersenactiviteit of gericht op het kind zelf. Maatschappij en autismeSommige mensen streven integratie van autisten in de maatschappij na (o.a. Reuven Feuerstein). Zij willen een volledige behandeling van autisme. Zij vinden dat mensen met autisme hun omgeving moeten ontlasten en alleen door ondersteuning op maat (onder andere therapie) gelukkig en zelfstandig kunnen leven. Anderen vinden dat mensen met autisme gerespecteerd moeten worden in hun eigenheid. Autisme is niet alleen het in zichzelf gekeerd zijn en een vertraagde ontwikkeling, maar in essentie een andere ontwikkeling. Autistische personen kunnen zich weliswaar totaal anders gedragen aan de buitenkant, maar hebben eenzelfde manier van informatie verwerken aan de binnenkant. De stoornis kan alleen in een onaangepaste omgeving leiden tot een handicap. Autisten - vooral hoger functionerende zoals Asperger - hoeven niet behandeld te worden, tenzij zij dat zelf willen. De maatschappij moet veranderen en opname (inclusie) van autisme mogelijk maken. Toch blijft autisme levenslang en is 'genezing', indien al wenselijk, uitgesloten. ComorbiditeitVaak komen naast autisme andere problemen voor.[15] Verder zijn er vaak ongewone reacties op zintuiglijke prikkels (hypersensiviteit of hyposensitiviteit), afwijkende motoriek, extreme en schijnbaar onlogische angsten. Soms is er een opvallende vaardigheid op een bepaald vlak; tekenen, musiceren [16], hoofdrekenen of vroegtijdig kunnen lezen of er is een enorm geheugen voor feiten. Men spreekt wel van idiot savant. Personen met een echte savant skill vormen een kleine minderheid. MisverstandenDe maatschappij verbindt de term ‘autisme’ nog steeds aan de kenmerken van klassiek autisme bij personen met een verstandelijke handicap: opvallende beperkingen in het sociale contact, weinig of geen gesproken taal, duidelijk stereotype (motorische) handelingen en een opvallende weerstand tegen veranderingen. Anderzijds heerst ook vaak het misverstand dat autistische kinderen onhandelbaar en agressief zouden zijn. Autistische personen zijn evenmin altijd 'savant' zoals Rain man. Zie ook
Externe linksLotgenoten contacten en verenigingen:
Diversen:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.