|
Carolus Linnaeus (ook wel Carl Linnaeus, nadat hij in de adelstand was verheven: Carl von Linné) (Råshult bij Stenbrohult, Zuid-Zweden, 23 mei 1707 - Uppsala, 10 januari 1778) was een Zweedse arts ofwel plantkundige (dit was toentertijd hetzelfde) en bioloog, die de binomiale nomenclatuur voor levende wezens invoerde. Tevens was hij geoloog. Dankzij zijn mondiale beroemdheid werden in 2007 meerdere exposities georganiseerd in Nederland ter ere van zijn 300e verjaardag; onder meer in Harderwijk, Haarlem en Leiden en in het Museum van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.
LevensloopJeugd en opleidingLinnaeus werd geboren als kind van Nils Ingemarsson Linnaeus (de achternaam Linnaeus had hij aangenomen als student, omdat een achternaam verplicht was) en Christiana Brodersonia. Linnaeus' vader, zelf dominee, wilde dat Linnaeus theologie ging studeren. Linnaeus had hierin echter weinig interesse, en uiteindelijk wist een leraar zijn vader te overreden erin toe te stemmen dat Linnaeus in plaats daarvan geneeskunde ging studeren. Tijdens zijn studie verwierf hij een opdracht om de natuurlijke schatten van Lapland te inventariseren. Na zijn onderzoeksreis in 1732 door Lapland schreef hij zijn Florula lapponica. In 1735 vertrok hij naar Nederland om te promoveren. Op 23 juni promoveerde hij in de geneeskunde op het proefschrift 'Hypothesis nova de febrium intermittentium causa' aan de Universiteit van Harderwijk (in zes dagen, waarvan drie voor het drukken van het proefschrift). Tijdens zijn jaren in Harderwijk raakte hij bevriend met David de Gorter. Vervolgens publiceerde hij zijn Systema Naturae (1735 in Leiden) waarin hij de natuur in drie rijken verdeelde (stenen-, planten- en dierenrijk). Op twee opeenvolgende dagen ging hij bij de Amsterdamse apotheker Albertus Seba op bezoek. Johannes Burman nodigde hem uit op zijn buiten. Soms dronk hij een zuur wijntje bij de herbergier Jan Westerhof, die een menagerie exploiteerde op de Kloveniersburgwal. Verblijf in Heemstede
Zicht op de Hartekamp van de Leidse trekvaart. Weinig blijft over van de 'Hortus Cliffortianus' zoals Linnaeus het toen kende. Het bankiershuis Clifford en Zn. is failliet gegaan in 1772.
Van 13 september 1735 tot 7 oktober 1737 verbleef Linnaeus op de Hartekamp in Heemstede op de grens van Bennebroek. Tegenwoordig heet dit Linnaeushof. Dit was het zomerverblijf van George Clifford, een rijke Amsterdamse koopman en kennis van Herman Boerhaave. Clifford deelde Boerhaave's passie voor planten uit verre streken, die hij verzamelde in zijn oranjerie en tuin in Heemstede. Boerhaave stelde Linnaeus voor aan Clifford als lijfarts en hortulanus. Clifford nam Linnaeus direct in dienst als hortulanus om zijn omvangrijke collectie te omschrijven. Dit boek, Hortus Cliffortianus dat gepubliceerd werd in 1738 is door velen gezien als de basis van Linnaeus' latere werk. Op de titelprent is een kaart van de tuin van de Hartekamp in Bennebroek te zien, met een gedicht van J. Wandelaar, die de pisang (banaan) aanprijst die Clifford in de oranjerie tot bloei had gebracht. Begin 1738 verbleef Linnaeus nog enige tijd op de Hartekamp om te herstellen van cholera alvorens via Frankrijk terug te keren naar Zweden. Tot op hoge leeftijd bleef Linnaeus hoogleraar en vooraanstaand burger van Uppsala. Hij is begraven in de kathedraal van deze stad, dicht bij de ingang, en er worden nog regelmatig bloemen op zijn graf gelegd. Seksuele systeemHet meest opzienbarende aspect van Linnaeus' werk was dat deze voor het indelen van planten uitging van de seksuele organen. In die tijd was het nog een relatief nieuw gegeven dat planten seksuele organen hadden, en bovendien was het spreken over seksualiteit een groot taboe. Nu maakte Linnaeus juist deze seksuele organen tot de basis van zijn systeem: de planten werden ingedeeld in 24 klassen al naargelang de aantallen meeldraden. Deze seksuele aard van zijn indeling, en het voor die tijd zeer uitgesproken gebruik van seksuele termen, maakte zijn systeem moeilijk te accepteren voor sommigen van zijn tijdgenoten, terwijl het bij anderen zeer populair was.
Linnaeus beschreef niet alleen planten maar ook mineralen en dieren. Linnaeus deelde de mens in bij de zoogdieren. Dit brak met het idee dat de mens een geheel op zichzelf staand wezen is. Wel was de mens volgens Linnaeus ver boven de andere dieren verheven. Linnaeus was er zoals de meeste van zijn tijdgenoten van overtuigd dat God de natuur had geschapen. Door zijn indeling was het mogelijk ordelijk over de schepping te spreken. Een bekende spreuk was dan ook 'God schiep, Linnaeus ordende'. Linnaeus verdeelde de mens in 6 soorten, waarbij de Europese mens gunstig afsteekt tegen de bewoners van andere werelddelen. Zo is de Europese mens 'bekwaam tot uitvindingen' en wordt hij 'geregeerd door wetten', waar bijvoorbeeld de Amerikaan wordt 'geregeerd door gewoonte' en de Afrikaan door 'willekeur'. Linnéträdgården is een botanische tuin in Uppsala, die is ingericht volgens de specificaties van Linnaeus. LinnaeusklokjeLinnaeus heeft een plant naar zichzelf vernoemd, namelijk het Linnaeusklokje, Linnaea borealis. Hij maakte ermee kennis op zijn reis door Lapland in 1732. Het Linnaeusklokje wordt echter niet in het reisverslag beschreven, maar wel in Flora Lapponica. Het Linnaeusklokje is een zeer bescheiden en teer plantje. Het heeft twee kleine bloemen op een dunne stengel van ongeveer 10 cm hoogte. Het plantje is in Nederland zeer zeldzaam. Linnaeus wordt vaak afgebeeld met dit plantje in zijn hand. Studenten van LinnaeusLinnaeus' studenten breidden zijn werk uit door niet alleen de planten van Europa maar die van de hele wereld te verzamelen, te benoemen en te beschrijven: Antarctica
Siberië
Nieuwe Wereld
Midden-Oosten en Noord-Afrika
West-Afrika
Zuid-Afrika, Azië en Oceanië
Bibliografie
De bibliografie van Linnaeus omvat ongeveer 180 publicaties. Twee literatuuroverzichten op dit gebied zijn:
Diversen
Literatuur
Externe links
More about Carolus_Linnaeus: carolus distinguished linnaeus, |
||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.