|
Article on other languages: |
Chloride is het negatief geladen ion Cl−. Het ontstaat wanneer een neutraal atoom van het element Chloor één elektron opneemt. De zouten van waterstofchloride (HCl) worden eveneens chloriden genoemd. Een voorbeeld hiervan is keukenzout of natriumchloride met de formule NaCl. Keukenzout lost in water op en vormt dan Na+ en Cl− ionen. In de organische chemie worden chloorhoudende verbindingen ook vaak (verkeerdelijk) aangeduid met de term chloride. Vooral voor de in de industrie veel gebruikte verbindingen als vinylchloride (chlooretheen), methylchloride (chloormethaan) en methyleenchloride (dichloormethaan) blijven deze namen hardnekkig standhouden. Testen op chloride-ionenChlorides worden beschouwd als een ongewenste stof omdat ze staal kunnen doen roesten, zelfs als rond dat staal een beschermlaag werd aangebracht. Een veelgebruikte test om om de hoeveelheid chlorides na te gaan is het gebruik van zilvernitraat. Door zilvernitraat of salpeterzuur toe te voegen aan het mengsel zal er een reactie plaatsvinden die resulteert in de vorming van zilverchloride. Dit veroorzaakt een vertroebeling van het mengsel, dat tot melkachtig wit kan gaan. Door vergelijking met standaardresultaten kan men dan zo de hoeveelheid chlorides bepalen. Deze testen worden bijv. uitgevoerd in de romp van schepen of in beton (tegengaan van het roesten van de wapening). |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.