|
Article on other languages:
|
Chocolade (ook wel: chocola) is een lekkernij, gemaakt van cacao dat wordt gewonnen uit cacaobonen, de pit van de vrucht van de cacaoboom (Theobroma cacao). Chocolade is in de hele wereld bij velen geliefd. In Nederland en België is chocolade te koop als repen maar ook verwerkt in producten als bonbons en koekjes. Tevens is het losse cacaopoeder te koop. De smaak en effecten van chocoladeVelen vinden chocolade lekker smaken. De prettige ervaring bij het eten van chocolade komt doordat het smeltpunt van de cacaoboter( een zeer belangrijk bestanddeel van chocolade) iets lager ligt dan de lichaamstemperatuur, waardoor het in de mond smelt. Chocolade is een voedingsmiddel dat beperkte hoeveelheden theobromine, cafeïne en tryptofaan bevat, stoffen die een effect op de hersenen kunnen hebben. Het is echter een misverstand dat chocolade verslavend is. De concentraties van deze stoffen zijn namelijk zodanig laag dat een gemiddeld persoon vele tientallen kilo's pure chocolade op een dag zou moeten eten om ook maar het lichtste effect te ervaren. Onderzoek naar de populariteit van melkchocolade, pure chocolade, witte chocolade en cacaopoeder wees eerder uit dat melkchocolade het populairste type chocola is. Op basis van de vermeende verslavende werking van cacao zou er echter verwacht moeten worden dat pure chocola het populairst is, omdat zich daarin een hogere concentratie cacao bevindt [1]. Het hoogste werkelijke percentage cacao in een reep chocolade is 88% omdat een hoger percentage de chocolade te droog en broos zou maken (dit is afhankelijk van het productieproces en de eventuele toevoegingen in de chocolade; je kunt dus ook chocolade vinden met hogere cacao gehaltes dan 88%). Een overzichtsartikel over de invloed van de effecten van chocolade is in mei 2000 gepubliceerd door onderzoekers van de universiteit van Bristol in het wetenschappelijke tijdschrift Pharmacology, Biochemistry and Behaviour. GeschiedenisDe Azteken verbonden cacao met Xochiquetzal, de godin van de vruchtbaarheid. Zij dronken een chocoladedrank, xocoatl, vaak op smaak gebracht met vanille, chilipeper en piment. De drank zou vermoeidheid tegengaan, hetgeen wordt veroorzaakt door de cafeïne in de cacao. Een Spaanse jezuïtische missionaris, Jose de Acosta, die aan het eind van de 16e eeuw in Peru en Mexico woonde, schreef hier al over. De drank werd onder andere gebruikt aan het hof van keizer Moctezuma. In 1585 werd chocolade voor het eerst op commerciële schaal van Vera Cruz naar Sevilla vervoerd. Chocolade werd toen alleen gedronken, waarbij de Europeanen er suiker aan toevoegden en de chilipeper weglieten. In 1615 werd de chocoladedrank bij officiële audiënties bij de Franse Koning ingevoerd. Later werd dit door bezuinigingen weer afgeschaft. In de 17e eeuw was chocolade een luxeproduct dat vooral gebruikt werd door de adel. De Spanjaarden, die in Amerika woonden, ontdekten dat er lekkere chocoladekoekjes konden worden gemaakt door suiker aan de cacaopasta toe te voegen. De Spanjaarden konden de bereiding van chocolade bijna een eeuw lang geheim houden. De eerste chocoladefabriek verrees in 1728 in Engeland. In 1760 kwamen er fabrieken in Duitsland en Frankrijk. Zwitserse chocolade werd gefabriceerd in de eerste Zwitserse fabriek in 1819. In 1813 begon Blooker met de productie van cacao en chocolade in Nederland, en in 1828 deed Coenraad J. van Houten een belangrijke uitvinding waarmee op eenvoudige wijze het vet van de cacaomassa kon worden gescheiden. Deze techniek kreeg wereldwijd navolging. Eind 18e eeuw begon chocolade in prijs te dalen, zodat het een echte volksdrank kon worden. Productie en bereidingDe productie van cacaoHet hoofdbestanddeel van chocolade (cacao) is het zaad van de cacaoboom: de cacaobonen. Cacaobonen worden in juten zakken van ong. 70 kg geïmporteerd uit tropische streken. De cacaobonen werden daar al gefermenteerd en gedroogd: zie cacaoboom. Bij aankomst worden de bonen van diverse oorsprong gemengd, om een egale smaak te krijgen. De bonen worden vervolgens gereinigd. Takjes, touw, steentjes, e.d. worden eruit gehaald. De bonen worden op een temperatuur tot 140°C geroosterd in draaiende trommels. De temperatuur en duur bepalen voor een groot stuk de uiteindelijke smaak van de cacao. De geroosterde bonen gaan vervolgens door een breker. De dop breekt open en wordt weggeblazen zodat alleen de kern nib overblijft. De kernen worden in de cacaomolens fijngemalen tot een dikke vaste pasta. Dit heet de cacaomassa. Uit dit product kan het vet onttrokken worden. Dat heet de cacaoboter. De dikke, harde klomp die overblijft, wordt vermalen tot magere cacao, of cacaopoeder. Dit cacaopoeder is nog bitter en is in Nederland en België in de handel verkrijgbaar. Hierna wordt de productie in groter detail beschreven. GistingDe eerste stap in het productieproces is de gisting. Dit kan op verschillende wijzen gebeuren. Op kleinere schaal legt men de bonen in hopen en bedekt men deze met bladeren van de bananenboom. Deze hopen kunnen 25 kg tot 2500 kg bonen bevatten. Soms legt men de bonen ook in manden. De meeste kwekers mixen hun bonen op de tweede of derde dag van gisting, enerzijds om meer homogeniteit te verkrijgen, anderzijds om meer zuurstof bij het proces te betrekken. Dit is om lactaatvorming te vermijden. In plantages of gisterijen worden de bonen en pulp verzameld in grote houten bakken, die 1 tot 2 ton bonen bevatten. Meestal zijn de bakken niet te hoog om een groot contactoppervlak te hebben met luchtzuurstof. Soms worden de bonen na een tijdje gisten in een andere bak gebracht, eveneens om redenen van zuurstoftoevoer. Op grote schaal laat men de bonen meestal langer gisten dan op kleine schaal. Afhankelijk van de soort laat men deze massa twee tot acht dagen rusten. In een eerste fase komen er micro-organismen, voornamelijk gisten, in de pulp. Vermoedelijk zijn insecten zoals fruitvliegjes verantwoordelijk voor deze introducties. De temperatuur kan hierbij oplopen tot vijftig graden. De gist is er verantwoordelijk voor dat op de eerste dag de suiker in het vruchtvlees wordt omgezet in alcohol en koolstofdioxide. Ook lactaatvorming kan optreden, maar dit is funest voor de smaak en dient daarom vermeden te worden. Dit wordt vermeden door genoeg zuurstof toe te dienen. Pectolytische enzymen en andere glycosidasen staan in voor de afbraak van de structuurgevende polysachariden. Het vruchtvlees wordt vloeibaar en spoelt weg. De extra zuurstof die hierdoor beschikbaar wordt, leidt tot de verdere oxidatie van de alcohol tot azijnzuur, voornamelijk van de tweede tot vierde dag. De daling van pH (van ongeveer 6,5 tot 4,5) zorgt ervoor dat de celmembraan van de bonen meer permeabel wordt. De cacaobonen verliezen hun kiempotentieel en het oxidatieproces begint nu ook binnen de bonen zelf. Van de vijfde tot de zevende gistingsdag zijn het vooral de fenolische componenten die geoxideerd en gecondenseerd worden. Deze zijn verantwoordelijk voor de typische kleur (roodbruin) van de gegiste cacaobonen. De daling in hoeveelheid opgeloste fenolen verbetert de oorspronkelijke wrange en strenge smaak. Het gistingsproces is zeer belangrijk voor het uiteindelijke aroma van de cacao, en moet daarom met zorg gebeuren. Vanzelfsprekend moet ook de groei van schadelijke micro-organismen worden voorkomen. De gisting van de cacao vindt meestal plaats in het land van productie. DrogenHet gistingsproces wordt gestopt door het drogen van de zaden tot ze een vochtgehalte hebben van minder dan acht procent. Dit fysisch proces moet traag gebeuren. Indien het te snel gebeurt, worden sommige scheikundige reacties uit het gistingsproces maar half ‘afgewerkt’ wat funest is voor de uiteindelijke smaak. Er zijn twee droogmethodes: drogen in de zon en kunstmatig drogen. Voor het drogen in de zon worden de bonen gespreid over een droge, propere ondergrond. De bonen worden gedraaid om een uniforme droging te verzekeren. Drogen in de zon wordt weinig op industriële schaal gedaan. Kunstmatig drogen gebeurt voornamelijk met warme lucht. BrandenDe gegiste en gedroogde cacao wordt naar de consumerende landen getransporteerd en daar verder verwerkt. De bonen worden gezuiverd en verzameld volgens grootte. Het is belangrijk dat de cacaobonen ongeveer gelijk worden gebrand. Het branden draagt bij tot de verdere oxidatie van de fenolen (belangrijk voor smaak) en het verder reduceren van het vochtgehalte, tot drie procent. Ook de eitjes en larven van ongedierte worden op deze manier vernietigd. Het aroma van de bonen wordt beter, de kleur dieper. Het zaad wordt hard en broos. De pel komt losser als gevolg van enzymologische en thermische reacties. Rijpheid, vochtgehalte, grootte en voorgaande verwerkingsstappen bepalen de mate van het roosteren. In het algemeen stijgt de temperatuur bij het roosteren niet boven 150°C. Het roosteren zelf duurt 10 tot 35 minuten. Het hittetransport gebeurt direct via verwarmde oppervlakken of via warmeluchtstroom, zonder dat hierbij de pel van de bonen verbrand wordt. De bonen worden na het roosteren onmiddellijk gekoeld: op deze manier wordt het brandingproces volledig gestopt. ZevenDe geroosterde bonen worden na het branden gezeefd om de pel en de kiemworteltjes te verwijderen. Na het zeven bekomt men ongeveer 80 procent bonen, 10 procent pel, een kleine hoeveelheid kiemen en ongeveer 4 procent fijne cacaodeeltjes bij het ‘afval’. De bonen zelf bevatten nog steeds anderhalf tot twee procent pel en kiemen. Hoewel de cacaoschil beschouwd wordt als afval van weinig waarde, kan het gebruikt worden voor verschillende doeleinden zoals het winnen van theobromine, als thee of, na de extractie van vet, als meststof of als brandstof. Wat algemeen beschouwd wordt als goede, pure cacao bevat maximaal 1,8% schilrestanten. MalenDe cacaobonen worden nu gemalen. Er ontstaat een homogene, visceuze cacaomassa. Deze massa wordt deels rechtstreeks gebruikt in de chocoladeproductie, anders wordt er cacaopoeder en cacaoboter van gemaakt. Persen: cacaoboter en cacaopoederDeze massa wordt nu onderworpen aan een alkalisatieproces. De bedoeling is om de smaak te verbeteren door gedeeltelijke neutralisatie van de vrije zuren, maar ook om de kleur, homogeniteit en suspensiecapaciteit te verbeteren. In het alkalisatieproces, geïntroduceerd in 1828 door Coenraad Johannes van Houten, wordt de cacaomassa behandeld met een waterige 2-2,5 % alkalische oplossing bij een temperatuur van 75 tot 100°C. Daarna wordt het geheel, indien nodig, geneutraliseerd met zuur. Het geheel wordt gedroogd tot een vochtgehalte van 2% met behulp van een vacuümdroger of door het verder kneden van de massa boven 100°C. Deze behandeling veroorzaakt een zwelling van zetmeel met als gevolg een sponzige en poreuze structuur van de cacaomassa. De gealkaliseerde cacaomassa bevat ongeveer 55% vet. Deze cacaoboter wordt met hydraulische persen uit de massa verwijderd. Dit gebeurt bij een druk van 400 tot 500 bar en een temperatuur van een kleine 100°C. Er blijft een droge, keiharde chocoladekoek over, die weliswaar nog 10 tot 24 procent vet bevat. Deze wordt dan vermalen tot cacaopoeder. Het grootste deel van cacaoboter wordt gebruikt in de productie van chocolade. Cacaopoeder met een laag vetgehalte wordt verwerkt in boterhambeleg en bakkerijproducten. Cacaopoeder met een hoog vetgehalte wordt onder andere gebruikt bij het vervaardigen van chocolademelk en consumptie-ijs. De bereiding van chocoladeVooraleer cacao de zoete lekkernij chocolade wordt, is nog een lange weg af te leggen. Productie van chocolade begint met het mengen van de grondstoffen: cacaomassa, cacaoboter, suiker. Soms ook wel vanille. Voor melkchocolade wordt ook melkpoeder toegevoegd. Witte chocolade bestaat uit een grote hoeveelheid suiker, melkpoeder, cacaoboter, maar zonder cacaopoeder. De chocolade doorloopt een lang traject van fijnwalsen (om de deeltjes in de chocolade zo fijn mogelijk te maken), opwarmen, concheren (Dit is een bewerking waarbij de hete chocolade urenlang wordt omgeroerd) en temperen (=zeer langzame temperatuursdaling). Door deze bewerking zorgt de fabrikant ervoor dat het smeltpunt van chocolade iets lager ligt dan de lichaamstemperatuur, waardoor het in de mond smelt en op die manier een meer uitgesproken smaak krijgt. Productieproces: Mengen Allereerst worden de verschillende ingrediënten gemengd. Zijnde cacaoboter, melkpoeder, cacaomassa, suiker en smaakstoffen. De hoeveelheid van de toegevoegde stoffen hangt af van de soort chocolade die men wil bereiden. Zo wordt voor witte chocolade geen cacaomassa gebruikt en voor donkere (zwarte) chocolade geen melkpoeder. Het mengen zelf kan men bijvoorbeeld in de “melangeur” doen, dit is een cilinder met ruwe wanden waarin 2 molenstenen ronddraaien. Als resultaat verkrijgt men na het mengen een viskeuze chocolademassa. Walsen / malen (verfijnen) In de volgende stap laat men deze brij door een serie rollers of walsen lopen, wat ervoor zorgt dat de toekomstige chocolade een verfijningproces ondergaat en zo een betere textuur krijgt. In de praktijk kan men dit doen met een vijfwals; hierbij glijdt de massa tussen vijf rollen waarbij ze voortdurend wordt verfijnd. Dit kan de vorming van agglomeraten in de hand werken wat later tenietgedaan zal moeten worden. Via een mes wordt de massa van de laatste rol geschraapt en getransporteerd naar een volgende fase in de productie. Andere methodes die men voor het verfijnen gebruikt zijn de slagmolen, dit is een trommel met een oneffen binnenvlak waarover messen schrapen, of de kogelmolen waar stalen kogels in een cilinder in beweging worden gebracht en zodoende de massa verfijnen. Na dit proces varieert de grootte van de chocoladedeeltjes van 20 tot 40 µm, dit kan verschillen naargelang het bedrijf dat de chocolade produceert of de toepassing die men wil bereiden. In deze fase bedraagt het vetpercentage van de massa ongeveer 25%. Concheren Na het walsen is de massa nog te droog en heeft nog niet de juiste smaak. De chocolademassa dient eerst te worden gerijpt op een temperatuur van 45 tot 50°C gedurende 24 uur. De tweede stap wordt doorlopen in twee stadia. Eerst wordt de gerijpte massa gedurende 6 tot 12 uur verwarmd op 80°C. Een deel van de vluchtige verbindingen (vluchtige zuren) wordt verwijderd en de vochtigheidsgraad wordt verlaagd. Dit is gunstig voor de houdbaarheid en de viscositeit. Een uniforme vetverdeling wordt verkregen, die ervoor zorgt dat elk cacaopartikeltje met een laagje vet wordt bedekt. Dat laagje is noodzakelijk om de chocolade met zo weinig mogelijk vet toch de gewenste vloei-eigenschappen te geven. Deze vetfase brengt ook een verhoging van de homogeniteit met zich mee omdat hierbij tevens de agglomeraten die tijdens het walsen werden gevormd, verbroken worden. In het tweede stadium voegt men het restant van cacaoboter toe, wat voor een verhoogde vloeibaarheid zorgt; ook lecithine wordt toegevoegd om een vermindering van de viscositeit te verkrijgen. De graad van homogenisering wordt hierbij verder verhoogd. De chocolade wordt tevens echt vloeibaar. Dit hele proces kon vroeger gemakkelijk 72 uur duren, tegenwoordig is men erin geslaagd dit tot 12 uur en minder te reduceren. Het concheren bepaalt voor een groot deel de smaak van de latere chocolade, chocoladefabrikanten verzwijgen daarom hun specifieke concheercondities. Tempereren De laatste stap alvorens het verkrijgen van bruikbare chocolade is het “tempereren” met als doel kristallisatie te bekomen. Daartoe laat men de gesmolten chocoladebrij afkoelen van 50°C tot 18°C in een tijdsinterval van 10 minuten, waarna men de temperatuur opnieuw laat stijgen tot ongeveer 30°C. De exacte waarden kunnen variëren naargelang de samenstelling van de chocolademassa. Na dit hardingsproces heeft men een vaste homogene structuur die goede smelteigenschappen en een mooie glans bezit. Afwerking De chocolade wordt op een temperatuur van 30 tot 32°C gehouden en in verwarmde vormen gebracht. Deze vormen worden geschud om de aanwezige lucht te verwijderen waarna ze een koelingproces ondergaan waarbij de uiteindelijke vorm verkregen wordt. Nu kan men de kwaliteit van de eigenlijke chocolade meten, waarna deze verpakt kan worden. Tegenwoordig kan het proces van mengen, verfijnen, concheren en harden in 1 machine uitgevoerd worden, men spreekt dan van totaalmachines. Overige toepassingen
De stof smaakt niet naar chocola maar voelt wat kleverig en vettig aan.
De invloed van chocolade op mens en dierInvloed op de hersenenChocolade is een product dat diverse stoffen bevat die een bewezen effect op de hersenen hebben zoals de neurotransmitters β-fenylethylamine, dopamine, serotonine en endorfine[2], de stoffen cafeïne, theobromine en anandamide, een stof die verwant is aan THC, de werkzame component van cannabis. Vanwege de aanwezigheid van deze stoffen is het populaire misverstand ontstaan, dat chocolade een stimulerend effect op de hersenen zou hebben en bovendien verslavend zou zijn. Dit is echter niet het geval, omdat de genoemde stoffen in een dusdanig kleine concentratie voorkomen in chocolade, dat een gemiddeld mens vele tientallen kilo's pure chocolade zou moeten eten om ook maar het geringste effect te ervaren. Chocolade kan voor honden en paarden echter dodelijk zijn, omdat hun metabolisme theobromine niet kan omzetten. Als honden chocolade eten, blijft de theobromine 20 uur in het bloed circuleren. Het kan epileptische aanvallen, hartinfarcten, interne bloedingen, en ten slotte de dood veroorzaken. Milde verschijnselen zijn: rillen, krampen, verhoogde hartslag, braken en diarree. Als een hond chocolade eet, laat hem dan braken met een schep zout in de keel of breng de hond naar de dierenarts. Een hond van 10 kilo kan van 12,5 gram pure chocolade al verschijnselen krijgen. Van melkchocolade moet een hond 10 keer zoveel eten om de gevolgen te ervaren. GezondheidDe Zutphen Ouderen Studie heeft vanaf 1960 onderzoek gedaan naar de effecten van chocolade op de gezondheid. In 1985 heeft zij haar onderzoek verder uitgebreid. Hieruit zijn twee aparte analyses tevoorschijn gekomen die op 27 februari 2006 zijn gepubliceerd in het Amerikaanse medisch-wetenschappelijke tijdschrift Archives of Internal Medicine. Het was reeds bekend geworden dat chocolade gunstig uitwerkt op de bloeddruk en de bloedvaten dankzij de antioxidanten (flavanolen) in cacao. Men ging daarom na of er ook een gunstige uitwerking zou zijn ten aanzien van het overlijden aan hart- en vaatziekten, en dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Veel chocolade eten brengt het overlijdensrisico met de helft terug. Hiervoor is nodig dat men per dag vier gram cacao binnenkrijgt. Dit kan worden verkregen door tien gram pure of dertien gram melkchocolade dagelijks te nuttigen. Ook zit er in chocolade een kleine hoeveelheid aan giftige stoffen. Echter is het menselijk lichaam voldoende in staat deze giftige stof te verwerken zonder nadelige gevolgen. Hier staat uiteraard tegenover dat het eten van melkchocolade gebitsbedervend kan zijn wanneer men onvoldoende de tanden poetst. De chocolade kan zelf niet gaatjes veroorzaken, maar wel verergeren, net zoals bij andere voedingsmiddelen. Chocola veroorzaakt, zoals sommigen wel denken, geen puistjes of acne. Het is nog nooit wetenschappelijk bewezen. Het zou eerder ervoor zorgen dat je er geen puisten van krijgt vanwege de stressverlagende middelen. bron: dermatoloog Het is bij melkchocolade wel zo dat er meer melk en suiker aanwezig is dan bij pure chocolade. Dit zou eventueel ook puistjes kunnen veroorzaken. Pure chocolade is bij veel mensen minder geliefd, maar het is waarschijnlijk wel gezonder dan melkchocolade. ControverseIn de cacao-industrie, met name die in West-Afrika, komt ook vandaag de dag nog slavenarbeid voor. Vooral kleine cacaoboeren maken hiervan gebruik om goedkoop te kunnen produceren en zo de concurrentie aan te kunnen gaan met de grotere plantages.[1]. Geschat wordt dat toch zeker 90% van de cacaoboeren in Ivoorkust een vorm van slavenarbeid gebruikt.[2]. Deze slavenarbeid is al jaren een onderwerp van controverse. Een aantal chocoladefabrikanten, waaronder Tony's Chocolonely, heeft zich toegelegd op het produceren van chocolade die vrij is van slavenarbeid. NederlandChocolade werd in Nederland bekend omdat het meereisde met hertog Alva. Vervolgens ontstonden in Nederland koffie- en chocoladehuizen. In 1660 hingen in Amsterdam uithangborden met de tekst "Hier schenckt men Seculatie". Nederlandse producenten van chocolade zijn bijvoorbeeld Baronie, Droste, Verkade, Rademaker en Van Houten. Een niet meer bestaand Nederlands merk is Tjoklat, een verbastering van het Engelse chocolate. Enkele andere bekende Nederlandse cacaomerken waren Bensdorp, Betke, Kwatta, Korff, Blooker, de Jong, Pette en Ringers. Naast algemene toepassingen in de vorm van chocoladerepen en chocolademelk zijn - waarschijnlijk - typisch Nederlandse toepassingen van chocolade:
In Nederland zijn ook de Belgische pralines bekend en geliefd alsmede de Belgische chocolade, met name het merk Côte d'Or. In november 2002 ontstond er ophef over de chocoladesigaretten die volgens het Europees Parlement zouden aanzetten tot tabaksverslaving op latere leeftijd en daarom zouden moeten worden verboden. Recentelijk gaf minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot onder andere dit als voorbeeld van wat hij overdreven regelzucht van de Europese Unie noemde en dat hij graag teruggedraaid zou zien.
Sinterklaas in chocolade
BelgiëBelgië is wereldwijd bekend om zijn chocolade en dan in het bijzonder om zijn pralines (in Nederland bonbons genoemd). Voor veel toeristen hoort pralines kopen gewoon bij een bezoek aan België. En dit met reden, want de praline werd in België 1912 door de bakkers van Neuhaus uitgevonden, en nergens ter wereld vindt men zo'n verscheidenheid aan deze chocoladesnoepjes. Neuhaus is nu nog altijd een bekende maker van pralines en ander snoep van chocolade. Andere bekende Belgische pralines zijn bijvoorbeeld van het merk Leonidas, Sweertvaegher of Godiva. Overige Belgische chocoladeproducenten zijn Belcolade, Côte d'Or, Galler, Chocolade Jacques en Chocoladewerken Gudrun. Verdwenen chocoladeproducenten zijn Aiglon, De Beukelaer, Martougin, Meurisse en Victoria. In België staat tevens de grootste chocoladefabriek ter wereld, meer bepaald de fabriek van Barry Callebaut te Wieze. En de eerste van de 8 Chocolate Academy's verspreid over heel de wereld met vestigingen in Frankrijk, Zwitserland, en de VS. Naast de hagelslag kent men in België ook de chocoladetablet. Dit is een dunne plak chocolade die als broodbeleg dient. De rest van de wereldBekende producenten van chocolade in de rest van de wereld zijn:
Consumptie van chocoladeIn Europa wonen veruit de meeste consumenten van chocolade en andere cacaoproducten. Het land waar de meeste chocolade wordt gegeten is Zwitserland met 11,4 kg per persoon per jaar. Groot-Brittannië en België staan ook in de top drie met resp. 9,5 en 8,7 kilogram. Andere landen met veel chocoladeconsumptie zijn: Duitsland, Ierland, Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk en Polen. De Verenigde Staten vervolledigen dit lijstje met ongeveer 5,4 kilogram per persoon per jaar. Chocolade in boeken, film en muziek
Chocolade in de taalBekend is de zegswijze: daar kan ik geen chocola(de) van maken. Dit betekent zoveel als 'dit is zo onsamenhangend, onbegrijpelijk of raar dat ik er niets mee kan doen' en kan op van alles wat erg onlogisch is betrekking hebben. Festivals
Musea
Zie ook
Voetnoten en referenties
Externe links
More about Chocola: chris chocola, 2002 book charat chocola di gi illustration, congressman chris chocola, |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.