|
Article on other languages:
|
De uitwisseling van informatie tijdens het communicatieproces.
Communicatie is een proces waarbij men tracht een bepaald begrip over te dragen uit het ene voorstellingskader (de zender of de bron waarin zij wordt vervaardigd) naar een ander (de ontvanger) door middel van informatie die, volgens afspraak, naar dat begrip verwijst. Communicatie vindt plaats met behulp van tekensystemen en andere uitdrukkingsvormen. Vindt de communicatie plaats via beelden, dan heet deze vorm visualisatie; denk aan diagrammen, pictogrammen en kaarten.
CommunicatieprocesCommunicatie is een informatie-uitwisselingsproces. Het is een proces om kennis uit te wisselen. Communicatie bestaat uit de volgende processtappen.
Als in de communicatie-procesketen één stap ontbreekt, dan vindt er geen communicatie (informatieoverdracht) plaats. Er is sprake van ruis als er bij het verzenden, ontvangen of decoderen iets mis gaat. De telefoonlijn ruist (letterlijke ruis!), de ontvanger kan gedeeltelijk boos zijn, of de zender gebruikt (onbewust) woorden die in een verkeerde context. Het slagen en mislukken van communicatieGeslaagde communicatie: De bedoeling van de communicatie komt overeen met het effect. Met andere woorden: de bedoelde betekenis wordt opgemerkt door de ander. Mislukte communicatie: De bedoeling en het effect van de communicatie zijn verschillend (en dat wordt niet opgemerkt). Mogelijke uitdrukkingsvormen en een voorbeeldMogelijke uitdrukkingsvormen zijn met name pictogrammen, foto's, spraak, tekst, diagrammen en kaarten. Deze worden in de context van communicatie gezamenlijk besproken bij: visualisatie. De communicatietheorie, en het proces zoals dat hierboven geschetst is tussen zender en ontvanger, is daar verder uitgewerkt. De ruis die een rol speelt bij communicatie wordt daar ook besproken: zowel de zender als de ontvanger hebben eigen mentale (en digitale) gegevensmodellen en visualisatiemodellen. Bij het beschrijven van de werkelijkheid levert dat een ruis op.
Geschiedenis van de communicatieCommunicatie in middeleeuws EuropaCommunicatie in de Middeleeuwen bleef meestal beperkt tot een kleine, begrensde eenheid. De middeleeuwse mens behoorde immers tot kleine, vaak corporatieve kringen. Vooral in de landelijke gemeenschappen waren orale en non-verbale communicatievormen toonaangevend. In die gemeenschappen werd kennis niet bewaard en doorgegeven door middel van het schrift, maar wel door het aan het collectieve geheugen toe te vertrouwen. De meeste volksverhalen en liederen werden daarom in dichtvorm voorgedragen, op die manier konden ze makkelijker onthouden worden. De literatuur in de volkstaal uit de vroege Middeleeuwen werd pas in de 11de-13de eeuw op schrift gesteld. De orale en non-verbale vormen van communicatie die in het weinig geletterde middeleeuws Europa de bovenhand hadden, waren van erg verschillende aard: liederen, volksverhalen, preken, rituele optochten, toneelopvoeringen, schilderijen en glasramen in kerken, gebaren, enzovoort. Toch waren er ook in de Middeleeuwen communicatiekanalen die langere afstanden wisten te overbruggen, ondanks het ontbreken van een geregeld, georganiseerd systeem. Zo waren er rondreizende zangers (troubadours). In hun liederen op rijm werd regelmatig historische en politiek actuele informatie verwerkt. Ook pelgrims brachten nieuws mee uit verre streken. Bovendien stonden middeleeuwse vorsten met elkaar in verband door middel van officiële gezantschappen of gewone bodes. Alles bij elkaar genomen bleef communicatie over de lange afstand in de Middeleeuwen een traag proces. Die traagheid leidde tot vervormingen en geruchten. Zo bereikte het bericht van de dood van keizer Frederik Barbarossa in Klein-Azië (juni 1190) het Duitse Rijk pas na vier maanden. In de 12e eeuw werden rooksignalen voor het eerst gebruikt. Indianen gebruikten het om met behulp van heel simpele signalen met elkaar te communiceren. In diezelfde eeuw werden ook postduiven ingezet voor communicatie. Op het niveau van de geleerde wereld kwam bij het bewaren en verspreiden van kennis een belangrijke rol toe aan het handgeschreven boek (codex, manuscript). De middeleeuwse kloosters hebben in dit opzicht een ware pioniersrol vervuld. De Heilige Benedictus van Nursia was de geestelijke vader van het bibliotheekwezen. Zijn befaamde regel bepaalde onder meer dat elke monnik elke dag een aantal uren aan lectuur moest besteden. Daarom diende elk klooster over een bibliotheek te beschikken. Ook werden in de middeleeuwse kloosters handschriften vervaardigd en overgeschreven. Dit gebeurde in het scriptorium. In de late Middeleeuwen nam de vraag naar handschriften nog toe. Onder de geletterde burgerij in de steden was er een groeiende vraag naar boeken. De scriptoria in de kloosters waren onvoldoende uitgerust om aan die vraag te voldoen. Vandaar dat in de steden ook lekenscribenten zich gingen toeleggen op het kopieerwerk. Ook in technisch opzicht zorgden de late Middeleeuwen voor vernieuwing. Er werd niet alleen meer geschreven op perkament maar ook op het goedkopere papier dat een Chinese uitvinding was. Communicatie na de uitvinding van de boekdrukkunstRond het midden van de 15de eeuw introduceerde Johannes Gutenberg te Mainz een drukprocedé waarbij gebruik werd gemaakt van losse letters. Op dat moment was de techniek van de blokdruk reeds enkele decennia in gebruik. Het cruciale van Gutenbergs uitvinding lag in de creatie van een procedé om eenvormige losse metalen letters te gieten. De karakters (letters, cijfers of leestekens) moesten immers onderling verwisselbaar zijn. Van Zodra men de door Gutenberg toegepaste stappen beheerste, kon men van één vel of pagina een enorm aantal identieke exemplaren drukken. Het voordeel was dus dat voor elke pagina niet telkens een nieuwe pagina moest uitgesneden worden in een houtblok. Dit bracht belangrijke tijdswinst met zich mee. Daar waar Gutenberg de diverse technische procédés zelf beheerste en uitvoerde, kwamen reeds in de 16e eeuw lettergieters, zetters en drukkers in dienst die elk een afzonderlijk stadium van het proces voor hun rekening namen. De oudste gedateerde druk die van Gutenbergs drukpers kwam, was een aflaatbrief uit 1454. Er wordt algemeen verondersteld dat het gedrukte boek een maatschappelijke impact uitoefende. Het veroorzaakte immers een belangrijke vooruitgang op het vlak van de informatie- en kennisverspreiding. De maatschappelijke consequenties van deze omwenteling reikten echter veel verder dan de beperkte geleerdenwereld (het overgrote deel van de bevolking was analfabeet). Zo zou de boekdrukkunst een belangrijke rol gespeeld hebben bij de verspreiding en de doorbraak van de Reformatie. Onderwerpen met betrekking tot communicatieAlgemeenSoorten communicatie
Zie ook
More about Communicatie: communicatie connexx marketing site web, martens communicatie, |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.