|
Article on other languages:
|
Das Lied der Deutschen (Het Lied der Duitsers) of Deutschlandlied (Duitslandlied) is het volkslied van de Bondsrepubliek Duitsland en wordt al sinds 1922 gebruikt als volkslied. Voor 1922 was Heil dir im Siegerkranz de nationale hymne. De Bondsrepubliek gebruikt alleen de derde strofe als volkslied. De tekst van het lied werd geschreven door August Heinrich Hoffmann von Fallersleben in 1841. Hoffmann schreef de tekst terwijl hij aan heimwee leed op het eiland Helgoland, dat toen Engels grondgebied was. Het lied wordt gezongen op een melodie van Joseph Haydn die veel ouder is dan het lied: onder de titel Gott erhalte Franz den Kaiser schreef Haydn in 1797 dit lied reeds. Deze melodie werd tot 1918 ook door de Oostenrijkers gebruikt als "Keizerhymne". Het eerste couplet, dat begint met de regel Deutschland, Deutschland über alles werd vanwege de aanspraak op het gebied tussen de Maas, de Memel, de Etsch en de Belt die erin vervat is, niet meer geschikt gevonden om als volkslied te dienen, want de rivieren de Memel en de Etsch liggen ver buiten de huidige Duitse grenzen. Ook de woorden Deutschland über alles worden vaak verkeerd begrepen, namelijk als pleidooi voor een Duitsland dat alle andere landen zou overheersen. Door nationaal-socialisten werd deze interpretatie bewust uitgedragen. De woorden zijn oorspronkelijk echter bedoeld als een oproep aan de Duitsers om hun Duitse identiteit boven regionale verschillen, boven particuliere loyaliteit aan de vele verdeelde vorstendommen en boven andere zogenaamde Kleinstaaterei te stellen. Het was meer bedoeld als roep tot binnen-Duitse eenheid en saamhorigheid dan als oproep tot Duitse wereldheerschappij welke toen onmogelijk leek. De status van het Deutschlandlied als Duits volkslied is overigens in geen enkele wet vastgelegd. Alleen in een "briefwisseling" tussen de Bondspresident en de Bondskanselier werd het derde couplet van het lied als volkslied van de Bondsrepubliek vastgelegd (uiteindelijk in 1991). Geen van de coupletten is "verboden", anders dan soms wordt beweerd. De melodie van Joseph Haydn is die van het tweede deel (pocco adagio, "cantabile", van zijn strijkkwartet No. 76 No 3 in C groot, en dateert uit 1797. Het muziekstuk bestaat uit vijf achtereenvolgende variaties. Onder begeleiding van het stuk kan de volledige tekst worden gezongen, waarbij men de coupletten het best kan zingen bij de eerste, de derde, en de vijfde variatie. De versregels tussen de tekens |: en :| moeten tweemaal worden gezongen. Het accent in blüh' staat in de plaats van een e om aan te geven dat de tweede lettergreep van het bedoelde blühe hier niet moet worden gezongen. De in het Deutschlandlied bezongen grenzenDe rivier de Maas stroomt nu in Nederland, België en Frankrijk, maar op het moment dat Hoffmann von Fallersleben het lied schreef, was Nederlands Limburg nog lid van de Duitse bond. De Memel stroomt als Nojman in Wit-Rusland en als Nemunas in Litouwen en was de noordoostelijke grens van Pruisen. De Etsch stroomt in het noorden van Italië, en wordt in het Italiaans Adige genoemd en was de zuidelijke grens van Zuid-Tirol. Met de Belt wordt de Fehmarn Belt bedoeld, de zeestraat tussen de Kieler Bocht en de Mecklenburger Bocht. De grens tussen Duitsland en Denemarken loopt door deze zeestraat. Er wordt wel gedacht dat met de Belt de Kleine Belt wordt bedoeld, de zeestraat tussen het Deense vasteland (Jutland) en het eiland Funen. Want het deel van het Deense vasteland tot ongeveer de lijn Esbjerg - Kolding hoorde tot 28 juni 1919 (ondertekening van het verdrag van Versailles) bij Duitsland, als het noordelijke deel van Sleeswijk. Echter, pas bij het verdrag van Gastein van 1865 viel Sleeswijk toe aan Pruisen. Voor 1865 behoorde het toenmalige hertogdom Sleeswijk geheel tot Denemarken, en liep de grens van het Duitse Rijk vermoedelijk ongeveer langs de lijn Tönning - Eckernförde. Daar lag immers de grens van het Rijk bij de totstandkoming van de Duitse Bond in 1815. Daarom kan von Fallersleben in 1841 niet de Kleine Belt bedoeld hebben. De topografie kan alleen worden begrepen wanneer men bedenkt dat het oude Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie een statengemeenschap was die tot aan de Middellandse Zee reikte en dat er nog geen sprake was van een nationale staat of "Duitse natie". In Hoffmann's tijd streden de "kleinduitse" en de "grootduitse" gedachte om voorrang. De kleinduitse gedachte streefde naar een nieuw Duits rijk dat alleen Duits-sprekende inwoners zou kennen en Oostenrijk en daarmee de Habsburgse veelvolkerenstaat uitsloot. De "grootduitse" gedachte herinnerde aan het losse rijk van vele naties en talen zoals dat eeuwenlang had bestaan. Het Duitslandlied is "grootduits" waar het de grenzen beschrijft. Het Deutschlandlied beschrijft dus de grenzen van een "groot-Duitsland" dat ook Duitstalig Oostenrijk (met Zuid-Tirol) omvatte. In de historische ontwikkelingen van na 1841, het uiteenvallen van de Duitse bond, het opzeggen van het Limburgse lidmaatschap van de Duitse bond en de reusachtige gebieden die Duitsland in 1945 aan Polen en de Sovjet-Unie verloor, maken het eerste couplet niet alleen anachronistisch, maar ook politiek problematisch. De buurlanden van de Bondsrepubliek zouden bezwaren maken tegen een volkslied dat landsgrenzen op het grondgebied van Nederland, Oostenrijk, Italië, Polen, Rusland, Denemarken en Litouwen vast lijkt te leggen. De Bondsrepubliek maakt ook geen aanspraken op deze grenzen of gebieden. Huidige tekstBij de onderstaande volledige tekst wordt in de rechter kolom de nauwkeurigste Nederlandse vertaling gegeven. Daardoor staat die vertaling op rijm noch maat.
Volledige tekst
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.