|
Article on other languages:
|
Dieselolie of gasolie, kortweg diesel, is de brandstof van dieselmotoren. De stof is genoemd naar Rudolf Diesel, de uitvinder van de dieselmotor. Gasolie is onder te verdelen in laag- en hoogzwavelig. Dieselolie is de handelsnaam voor laagzwavelige gasolie. De termen laag en hoog verwijzen naar het aantal ppm zwavel. Deze brandstof komt vanzelf tot ontbranding onder druk in aanwezigheid van zuurstof. Deze omstandigheden gelden in de verbrandingsruimte van dieselmotoren op het moment van inspuiting van de brandstof. De mate waarin de brandstof bereid is tot zelfontbranding, onder genoemde omstandigheden, wordt aangeduid met het cetaangetal. Dit getal is dus in feite een graadmeter voor de kwaliteit van de dieselbrandstof en de snelheid waarmee hij tot zelfontbranding komt. Hoe lager het cetaangetal, hoe trager de zelfontbranding op gang komt. In een uiterst geval blijft de zelfontbranding zelfs uit, dan is dus het cetaangetal te laag voor de gebruikte motor. Het verschil met benzine is dus dat de brandstof door compressie van het brandstof-luchtmengsel spontaan tot ontbranding komt, wat bij benzine juist een ongewenste eigenschap is (zie ook klopvastheid, octaangetal). Net als bij benzine zijn er ook verschillende vormen van diesel, afhankelijk van o.a. cetaangetal, viscositeit en herkomst. Gangbare diesel (o.a. voor het weg en landbouwverkeer) is dieselolie met een cetaangetal van rond de 50. Een uitzondering hierop vormt biodiesel met een cetaangetal van 70 tot 100. Deze diesel is geheel of gedeeltelijk gemaakt van plantaardige of dierlijke olie. Vooral in de scheepvaart wordt minder goede diesel gebruikt (lager cetaangetal). Omdat scheepsdiesels over het algemeen bij lagere toerentallen en hogere compressies werken, is de ontbrandingsvertraging, die bij een lager cetaangetal hoort, geen bezwaar. De kwaliteit van diesel wordt in de scheepvaart aangegeven met HFO (Heavy Fuel Oil) of MDO (Marine Diesel Oil). Vooral de dichtheid van deze brandstoffen heeft een invloed op de prijs. Dieselmotoren worden gebruikt in de scheepvaart, treinen, zwaar wegtransport (vrachtwagens) en tegenwoordig meer en meer voor personenauto's. Ook vliegtuigen uit de zgn algemene luchtvaart (zoals de Cessna 182), graafmachines, shovels en tractoren zijn uitgerust met dieselmotoren en verbruiken dus diesel. Op diesel wordt accijns geheven. Er worden twee tarieven gehanteerd. Voor wegtransport geldt een hoger tarief dan voor landbouwwerktuigen (tractoren). Diesel voor landbouwwerktuigen (stookolie of rode diesel) mag dan ook niet in een personenauto gebruikt worden omdat de staat dan accijnsinkomsten misloopt. Om onderscheid te kunnen maken tussen beide accijnsgroepen wordt een rode kleurstof aan de goedkopere diesel toegevoegd. Geregeld worden er door de douane controles gehouden op het onterecht gebruik van rode diesel. In Nederland wordt bij de jaarlijkse APK ook gecontroleerd op het gebruik van rode diesel. Ruim 70% van de in 2005 in België verkochte wagens rijdt op diesel. In 2001 bedroeg dit aantal 63%. Dit is onder meer te verklaren doordat diesel in België per liter tot 30 eurocent goedkoper is dan benzine. VerbruikAuto's met een dieselmotor zijn over het algemeen zuiniger dan equivalente benzinemotoren en produceren minder broeikasgassen (CO2). Deze efficiëntie komt voort uit zowel de hogere energiedichtheid per liter van dieselbrandstof, als uit een groter thermodynamisch rendement, voornamelijk door de hogere compressieverhouding. De dichtheid van diesel is weliswaar 15% groter dan die van benzine, wat tot een 15% hogere CO2-uitstoot per liter brandstof leidt[1], maar dit is niet voldoende om het 20–40% zuiniger verbruik van een moderne dieselmotor teniet te doen. Netto produceert een dieselmotor 10 tot 20% minder broeikasgasemissies dan een vergelijkbare benzinemotor. [2][3][4] Gevaarsymbolen
De gevaarindicatie van diesel is 30 (brandbare vloeistof). Het VN-nummer is 1202.
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.