|
Article on other languages:
|
Protest tegen dopinggebruik bij de Tour de France van 2006
Doping is het gebruik van verboden middelen of methoden om sportprestaties te verhogen. Het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) definieert doping bijzonder breed als "overtreding (...) van de antidopingregels"[1] Concreet gaat het om de volgende overtredingen:[2]
WADA stelt jaarlijks de dopinglijst (lijst met verboden stoffen en methoden) op die op 1 januari van kracht wordt. Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst indien deze aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet:
Inmiddels (2008) is bekend dat WADA minder streng op EPO controleert. Dit heeft te maken met een aantal dure rechtszaken, waarbij de sporter en zijn verdediging twijfelden aan de juistheid van de uitslag van de test ter opsporing van de EPO. Gebruikelijk is een test waarbij een streepjespatroon van zogenaamde eiwit-bandjes op een plaat ontstaat. Het patroon van de sporter wordt vergeleken met het standaard-patroon (zonder gebruik van EPO). Aanvankelijk hanteerde WADA strengen normen hiervoor: als de ligging van de bandjes maar weinig afweek werd de test als positief bestempeld. In de rechtszaken probeerde de verdachte sporter aan te tonen dat zonder EPO gebruik, de bandjes toch wel eens wat verder van de standaard waarden zouden kunnen afliggen. WADA kampt met financiële en organisatorische problemen, en heeft besloten haar criteria voor het opsporen van doping met EPO te versoepelen. Dat wil zeggen dat de eiwit-patronen zo sterk van elkaar moeten verschillen dat in een rechtszaak WADA er vanuit gaat te kunnen winnen. eiwit-patronen die maar een beetje afwijken worden niet meer als positief bestempeld, maar als verdacht aangemerkt. Men vermoedt dat in verschillende laboratoria duizenden "verdachte" uitslagen liggen die duiden op het gebruik van doping met EPO, maar geen juridische gevolgen hebben omdat ze niet formeel als positief gelden. Een voorbeeld: de tests van een vijftal skiërs liet duidelijk zien dat er sprake was van EPO gebruik, maar werd door WADA slechts als verdacht aangemerkt.[3]
DopingmiddelenTwee termen die veelvuldig worden gebruikt in verband met doping zijn androgeen en anabool. Androgenen zijn stoffen die de mannelijke eigenschappen, waaronder de seksuele kenmerken, in stand houden. Indien men van buitenaf stoffen met een androgene werking toedient, dan registreert het lichaam dat er een overvloed van deze stoffen aanwezig is en het zal de productie van lichaamseigen androgenen verlagen. Bij gebruik van hoge doses leidt dit binnen een aantal weken tot verschrompeling van de teelbalen, onvruchtbaarheid en andere bijwerkingen. Met de term anabool worden de spiermassa vergrotende en herstelbevorderende werking, en aldus beoogde prestatiebevorderende werking, van deze middelen aangeduid. Anabole middelenAnabole steroïdenAnabole steroïden zijn de meest gebruikte middelen ter bevordering van de sportieve prestaties. De belangrijkste anabole steroïden zijn de synthetisch (kunstmatig) gemaakte stoffen nandrolon, metandïenon, clenbuterol en stanozolol, maar ook het lichaamseigen testosteron. De synthetische anabolica lijken chemisch meestal sterk op testosteron. Door kleine chemische aanpassingen van het testosteron molecuul, creëert men stoffen met een grotere anabole (prestatie verbeterende) werking, en tegelijkertijd probeert men de (nadelige) androgene effecten te minimaliseren. Afhankelijk van het specifieke middel en de toedieningsweg zijn anabole steroïden enige uren tot maanden in het lichaam aanwezig en aantoonbaar bij een dopingcontrole. Beta-2 agonistenDeze middelen zijn vooral bekend vanwege hun luchtwegverwijdende effecten. Ze worden veelvuldig gebruikt bij de behandeling van astma. Beta-2 agonisten bezitten ook anabole eigenschappen en worden daarom veelvuldig door sporters misbruikt. Afhankelijk van dosis en toedieningsroute, kunnen deze stoffen nog enige dagen tot weken na gebruik, bij een dopingcontrole worden aangetoond. Selectieve androgeen receptor modulatoren (SARMs)Sinds 2004 staan SARMs sterk in de belangstelling als mogelijke middelen voor de behandeling van osteoporose en ter behandeling van spiermassa tekorten. Ze werken voornamelijk anabool, en in veel geringere mate androgeen. Deze middelen grijpen aan op de androgeenreceptor, evenals de anabole steroïden. Ze binden zich sterker aan deze receptor dan de anabole steroïden, de voor anabole steroïden kenmerkende steroïdestructuur hebben ze niet. Merknamen voor deze middelen zijn er nog niet. In de medische literatuur zijn ze bekend onder codenamen als LGD2226, BMS564929 en S4. HormonenDe bekendste hormonen die als dopingmiddel worden gebruikt zijn: humaan (menselijk) groeihormoon (HGH), “insulin-like growth factor 1” (IGF-1), erythropoïetine (EPO), insuline en bepaalde groeifactoren. Insuline en HGH zijn tot op heden niet te detecteren door middel van een dopingtest. Sporters zijn dus in staat om deze middelen te gebruiken zonder enig risico tot schorsing. GroeihormoonGroeihormoon kan sinds de jaren 80 van de vorige eeuw met behulp van genetische technieken worden geproduceerd. Het wordt als geneesmiddel gebruikt ter behandeling van sommige groeiproblemen. Vanwege zijn anabole eigenschappen wordt het misbruikt in de wedstrijdsport. “Insulin-like growth factor 1” (IGF-1)IGF-1 is een groeibevorderend hormoon, dat indien ingespoten in de spieren binnen enkele uren door het lichaam is afgebroken. Uit dierproeven blijkt dat IGF-1 het herstel van beschadigde spieren bevorderd. IGF-1 is in toenemende mate op de op de zwarte markt verkrijgbaar. Het valt te betwijfelen of die producten wel IGF-1 bevatten: Er is wereldwijd slechts een klein aantal laboratoria dat - voor experimentele doeleinden- IGF-1 maakt. Men vermoedt dat IGF-1 slechts op kleine schaal voor doping wordt gebruikt. IGF-1 kan in bloed worden aangetoond. Een test die door het WADA wordt geaccepteerd is er nog niet. Erythropoïetine (EPO) en aanverwanteEPO is een hormoon dat voornamelijk in de nieren wordt aangemaakt. Het bevordert de vorming van rode bloedcellen en daardoor de zuurstofopname. Sinds 1988 is een kunstmatig verkregen variant van EPO beschikbaar. In de geneeskunde wordt EPO gegeven ter behandeling van bepaalde vormen van bloedarmoede. EPO bestaat niet alleen uit eiwitten, maar bevat ook koolhydraatketens. Op basis van verschillen in deze ketens kan kunstmatig (recombinant) EPO van lichaamseigen EPO worden onderscheiden. Sinds 2001 kan EPO-doping worden opgespoord. Na een enkelvoudige toediening van EPO per injectie, is het middel na 3 dagen nog in de urine te detecteren. De antilichamen die bij deze test worden gebruikt vertonen echter kruisreacties met andere eiwitten, die zich met name na langdurige intensieve sportbeoefening in de urine kunnen bevinden. Dit kan fout-positieve uitslagen opleveren. EPO en aanverwante stoffen zijn vooral bekend vanwege hun misbruik in de wielrennerij. Sinds 2001 is darbepoëtine alfa (Aranesp of ook wel 'Nesp'), een met EPO vergelijkbaar middel op de markt. Darbepoëtine lijkt op EPO en helpt bij de productie van rode bloed lichaampjes. Er wordt gewerkt aan tests, onder andere door de fabrikant zelf, die de middelen van elkaar kan onderscheiden. Na een enkelvoudige toediening van darbepoëtine per injectie , is het midel na 7 dagen nog in de urine te detecteren. In 2002 kwam daarnaast epoëtine delta (Dynopa) op de markt. Het EPO-analogon continuous erythropoiesis receptor activator (CERA, merknaam Mircera) is in 2007 op de markt gekomen. Het ongeoorloofd gebruik van CERA in de sport kan worden opgespoord. Of WADA het kan opsporen is niet zeker, de ASO (organisator van de Tour de France) beweert dat de door haar gebruikte laboratoria dat wel kunnen. Tijdens de Tour van 2008 is Riccardo Riccò positief getest op een derde generatie EPO (Micera). Fabrikant Roche heeft aangegeven opsporingsauthoriteiten van aanvullende informatie en/of middelen te voorzien om opsporing mogelijk te maken. De huidige tests zijn wellicht nog niet waterdicht: Volgens Riccò is hij 10 maal gecontroleerd en slechts 2 maal positief bevonden, naar eigen zeggen hadden al deze tests positief moeten zijn.[4] Het niet-medisch gebruik van EPO en aanverwante middelen brengt risico's met zich mee. Door het grotere aantal rode bloedcellen wordt het bloed "stroperiger". Het risico op trombose, een beroerte of een hartaanval wordt groter. GendopingIn 1997 en 1998 verschenen wetenschappelijke publicaties waaruit bleek dat knaagdieren die genetisch gemanipuleerd waren, beter presterende spieren hadden.[5][6] De vraag rees of deze technieken ook bij athleten gebruikt zouden kunnen worden, teneinde de prestaties te verhogen: Gendoping? Doelen voor gendoping
BeperkingenHet valt nog af te wachten of de effecten zoals gevonden in dierproeven, ook bij de mens zullen optreden. Tevens is het zo dat de vector, zoals bijvoorbeeld het adenovirus, ziekte kan veroorzaken. Tot en met medio 2008 had het gebruik van een adenovirus 1 dode tot gevolg. Het gemanipuleerde genetisch materiaal kan ook schade opleveren: HIF 1a, HGH[7] en IGF-1 kunnen het risico op het ontstaan van kanker vergroten. DopinggebruikBij de Ronde van Frankrijk zijn in 1966 dopingcontroles ingevoerd. Het bekendste dopinggeval is dat van 1998 waarin het complete wielerteam van Festina uit de ronde werd gezet, nadat teamverzorger Willy Voet met een auto vol EPO werd aangehouden. Een aantal Festina-renners (niet Richard Virenque) heeft bekend EPO te hebben gebruikt. Een jaar later werd Marco Pantani uit een Italiaanse race gehaald, omdat men over aanwijzingen besschikte waaruit bleek dat hij EPO had gebruikt.(De media vermeldden een hematocriet van 60%).[8] Lance Armstrong heeft EPO-gebruik altijd ontkend, 2 van zijn ploeggenoten uit 1999 hebben het gebruik ervan in die Tour bekend.[8] Ook in 2006 was er weer een omvangrijke dopingaffaire: Operación Puerto, ook wel de zaak-Fuentes genoemd, naar het brein achter deze affaire, dokter Eufemiano Fuentes. Fuentes werd in mei 2006 gearresteerd, samen met Manolo Saiz, die destijds ploegleider van de Liberty Seguros ploeg was, bij het verlaten van het huis van Saiz. In het huis van Fuentes werden tientallen bloedzakken gevonden, voorzien van codenamen. Na de arrestatie volgden een heleboel geruchten over mogelijke zondaars. Het zou hierbij gaan om meer dan 200 sporters, waaronder voetballers, atleten, tennissers en wielrenners. Aan de vooravond van de Ronde van Frankrijk 2006 werden de namen vrijgegeven van 35 wielrenners die verdacht zijn in deze zaak. Onder hen ook Tourfavorieten Ivan Basso en Jan Ullrich. Alle renners van de lijst die zouden deelnemen aan de Tour werden door hun eigen ploegen geschorst. Doping blijft niet beperkt tot wielrennen: Chinese hardlopers, roeiers en zwemmers zijn betrapt op EPO-gebruik. Een Russische top-langlaufster en 2 skiesters werden tijdens de Winterspelen van 2002 betrapt op het gebruik van darbepoëtine alfa. Zes Finse top-skiërs en 2 Duitse top-hardlopers zijn betrapt met hydroxyethylzetmeel, een bloedverdunner die gebruikt wordt om de aanwezigheid van EPO te maskeren. Verschillende Russische en Amerikaanse hardlopers staan onder verdenking. EPO-gebruik komt ook voor in het American football.[8] Zoals uit de inleiding blijkt, zijn de controles van WADA om EPO op te sporen minder streng geworden. Experts vermoeden dat op de Olympische Spelen 2008 voorzover het de duursporten (voetbal, tennis, wielrennen e.d.) betreft, de meeste medaillewinnaars een vorm van EPO hebben gebruikt.[3] DopingdoktersGebruik van doping en beschuldigingen daaromtrent zijn sterk beeldbepalend in diverse sportttaken, met name het wielrennen en de atletiek. Door de zogenaamde omerta in het peloton is bij het wielrennen waarschijnlijk enkel het spreekwoordelijke topje van de ijsberg bekend van het dopinggebruik. Uit publicaties en bekentenissen van betrapte wielrenners duiken bepaalde namen evenwel vaak op. Vooreerst is er de Franse arts Bernard Sainz, ook bekend onder de naam Dr. Mabuse. Hij behandelde onder meer Frank Vandenbroucke, Bernard Hinault, Francesco Moser en Philippe Gaumont. Sainz is, hoewel berucht in de wielerwereld, nooit veroordeeld geweest of zelfs maar effectief in verband gebracht met dopinggebruik. In een reportage van het Belgische 'Belga Sport' zei ex-profrenner Nico Mattan, een ex-patiënt van Sainz, dat hij werkt met 'suggestieve middelen'. Met 'druppels' waarvan de renner in kwestie denkt dat ze doping bevatten maar waar - volgens Mattan - "niks in zit". Mattan besluit met de profetische woorden: "In het moderne wielrennen kan Bernard met zijn methodes niet meer mee. Dat zegt genoeg eigenlijk." Er zijn ook momenteel, op nog altijd Frank Vandenbroucke zelf na dan, geen (top)wielrenners bekend die zich laten begeleiden door 'Dr. Mabuse' In Italië is een drietal artsen zeer dicht betrokken geweest bij vermeend of bewezen dopinggebruik door wielrenners en atleten. Het gaat om Francesco Conconi, Michele Ferrari en Luigi Cecchini. Er zou ook een link bestaan tussen deze laatste en de Spaanse dopingdokters Eufemiano Fuentes en José Luis Merino Batres. Verder maakte wielrenner Filippo Simeoni ook gewag van een dokter genaamd Carlo Santuccione en verwees Philippe Gaumont bij z'n bekentenissen naar een zekere dokter De Ritis. Ploegarts van het voormalige Mapei en de huidige Quick·Step ploeg, Yvan Van Mol, is een uitgesproken dopingbestrijder, al is hij in interviews steevast suggestief over het dopinggebruik binnen zijn ploeg. Ten slotte waren ook de Duitse artsen Lothar Heinrich en Andreas Schmid van de Universiteit van Freiburg actief in het dopingsysteem van het Telekom van de jaren 1990. Een andere Duitse arts en verantwoordelijke voor de apotheek van de Duitse Olympische ploegen, Georg Huber, bekende in mei 2007 dan weer in de jaren 1980 testosteron te hebben verschaft aan jonge wielrenners. Soigneurs die zich inlieten met doping zijn onder meer de Belgen Freddy Sergant (bij TVM), Willy Voet (bij Festina) en Jef D'Hondt (bij Telekom en als verzorger van Michel Pollentier). Eind 2006 werd door de Duitse justitie een onderzoek ingesteld tegen atletenmanager Jos Hermens op verdenking van betrokkenheid bij handel in dopingproducten. Het blad Focus noemde hem zelfs de spil in een dopingnetwerk, waar ook een Spaanse arts bij betrokken zou zijn. EthiekVaak worden alleen de sporters belast met de schuld van het gebruik van doping. Steeds vaker rijst dan ook de vraag of die sporters niet het slachtoffer zijn van hun omgeving en de sport waaraan ze deelnemen. Zo blijven veel renners na de bekentenis vals te hebben gespeeld, nog steeds trots op hun prestatie, aangezien "iedereen het deed". Sponsoren en andere stakeholders verwachten van de sporters dat ze alles uit hun "spel" halen. Daarnaast verdienen atleten uit deze categorie de kost met hun sport. EtymologieHet woord doping is waarschijnlijk afgeleid van een 17e-eeuws Nederlands woord voor dikke saus, doop. Met dat woord werd door Nederlandse kolonisten in Nieuw-Amsterdam een opwekkende saus aangeduid die ze van plaatselijke indianen hadden gekregen. Engelse kolonisten namen het woord over, en via de betekenis 'dikke substantie' werd het in het Amerikaans-Engels vanaf het einde van de 19e eeuw ook gebruikt als aanduiding voor semi-vloeibare opium. Sindsdien verwijzen dope en doping naar verboden stimulerende of verdovende middelen.[9][10] Zie ook
More about Doping: blood doping, doping in sports, gene doping, world anti doping agency, aphrodisia doping dream rejuvenation testosterone, doping panda, doping doden, anti doping, doping and cycling, |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.