|
Article on other languages:
|
Gal is een geelgroenige (soms zwarte) vloeistof die wordt uitgescheiden door de lever. Gal wordt gemaakt door de lever en in de galblaas opgeslagen in ingedikte toestand. Gal bestaat onder andere uit water, galzouten, cholesterol en bilirubine. Als vethoudend voedsel de wand van de twaalfvingerige darm (duodenum) passeert veroorzaakt dit een parasympatische prikkel in de galblaas en afgifte van het hormoon cholecystokinine waardoor de gal wordt afgegeven via de galgang (ductus choledochus) door de sfincter van Oddi in de twaalfvingerige darm. Door de galzouten in de gal worden vetten geëmulgeerd en ontstaan micellen zodat de vetten makkelijker verteerbaar zijn. Als de gal uitgewerkt is verlaat deze het lichaam door middel van de ontlasting. Veel galzouten worden echter weer opgenomen via de darm-lever kringloop (enterohepatische kringloop). De galzouten worden voor meer dan 90% in het laatste stuk van de dunne darm (het ileum) opgenomen en weer naar de lever vervoerd zodat ze opnieuw kunnen worden gebruikt. De bruine kleur van feces is afkomstig van galkleurstoffen. Naast de darm-lever kringloop bestaat er ook nog een gal-lever kringloop (cholehepatische kringloop). Daarbij worden de galzouten al in een eerder stadium gerecycled, nog voor zij de darmen hebben bereikt. Ook deze komen daarna weer in de gal terecht om opnieuw gebruikt te worden. EtymologieDe naam gal is afgeleid van het Griekse cholè = groen, geel; vgl chloros = helder groen, helder geel. Vroeger werden aan een persoon die te veel gal had bepaalde eigenschappen toegeschreven. De moderne westerse psychologie sloot hierop aan. De typeringen cholerisch en melancholisch (letterlijk: zwartgallig) zijn er van afgeleid. Zie ook |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.