|
Article on other languages: |
Zoethout is in de handel de aanduiding voor korte stukjes van de wortelstok van Glycyrrhiza glabra. Deze bevat een zoetstof die zo'n 30 tot 50 keer zo sterk is als suiker, maar niet schadelijk is voor de tanden. Er moet flink op gekauwd en gezogen worden om de zoetstof te proeven. Toch werd zoethout — vooral door kinderen — gewaardeerd voordat de snoepindustrie deze markt overnam met veel makkelijker te consumeren producten. Aan zoethout worden geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven, en de wortel wordt gebruikt voor de bereiding van kruidenthee. Die is goed voor de werking van de maag en de spijsvertering. Het sap uit de wortel wordt gebruikt als grondstof voor drop, eventueel samen met het zout salmiak. Er zijn drie soorten: Glycyrrhiza glabra L., de Glycyrrhiza echinata L. en de Glycyrrhiza uralensis. Deze planten worden allen gebruikt als sierplant in de tuin. Glycyrrhiza glabra wordt in Zuidoost-Europa voor het zoethout geteeld. In Zuid-Europa en het Midden-Oosten groeit Glycyrrhiza echinata en in China wordt Glycyrrhiza uralensis geteeld. De zoetstof in zoethout heet glycyrrhizinezuur, dit is een stof die de bloeddruk verhoogt. Zowel van drop als van zoethout is dit effect beschreven en dit kan tot klinisch belangrijke hypertensie leiden. De Engelse naam voor zoethout is liquorice, wat in die taal hetzelfde woord is voor drop. In Vlaanderen noemt men het ook wel kalissenhout, kalissiehout of gewoon kalisse. De Arabisch klinkende naam van emir Ben Kalish Ezab in het stripverhaal Kuifje en het Zwarte Goud is een woordspeling die verwijst naar het Brusselse dialectwoord kalichezap, sap van zoethout.
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.