God (monotheïsme)

Article on other languages:

Het artikel God behandelt een meer algemeen godsbegrip (zowel God, Godin, god, als goden)

God is een Nederlands woord, en ook de naam, voor een monotheïstische godheid. Van de monotheïstische wereldgodsdiensten hebben jodendom, christendom en islam de grootste aanhang.

Deze drie abrahamistische godsdiensten hebben over het algemeen elk hun eigen beeld van een god als een persoonlijk Wezen. Hij heeft dus een eigen wil, verstand, gevoel en persoonlijkheid, een beeld dat binnen deze drie religies soms aanzienlijk kan verschillen, afhankelijk van de eigenschappen die er aan de enige God worden geprediceerd, zoals immanentie en/of transcendentie, onmacht en almacht, alwetendheid, goedheid, alomtegenwoordigheid, rechtvaardigheid, enzovoorts.

Volgens het Groene Boekje wordt de godheid God met een hoofdletter geschreven.

Dit artikel geeft een algemeen beeld over God in de diverse monotheïstische godsdiensten. Specifieke eigenschappen van God in een specifieke godsdienst worden beschreven in afzonderlijke artikelen (zie de paragraaf God in diverse religies).

Inhoud

Vormen van monotheïsme

Meerdere filosofische stelsels bevatten één God. Deze zijn onder te brengen in:

Spreiding van het geloof in een God over Europa
  • Deïsme: in deze stroming wordt God beschouwd als een transcendent wezen, dat de wereld en haar eeuwige orde geschapen heeft.
  • Ietsisme: in deze stroming wordt het bestaan van een bovennatuurlijk wezen erkend. Over het bovennatuurlijke kunnen echter geen verifiëerbare uitspraken worden gedaan, waarom vaak het neutrale 'iets' wordt gebruikt ter aanduiding ervan.
  • Kakotheïsme: in deze stroming wordt God beschouwd als een wezen dat ook kwade eigenschappen bezit; God wordt als schepper van een onvolmaakte wereld beschouwd.
  • Pandeïsme: in deze stroming wordt God beschouwd als een bovennatuurlijk wezen dat het universum schiep door het universum te worden en zal het universum uiteindelijk eindigen door een conversie in God.
  • Pantheïsme: in deze stroming wordt alles beschouwd als goddelijk, God is het universum.
  • Panentheïsme: in deze stroming wordt alles beschouwd als zijnde in God, God is en is meer dan het universum.
  • Theïsme: in deze stroming wordt God beschouwd als een immanent (en soms ook transcendent) wezen met antropomorfe eigenschappen; in veel vormen wordt God ook beschouwd als schepper van de wereld.

De meeste religies zijn gebaseerd op een vorm van theïsme of deïsme.
Soms wordt er naast het bestaan van één God ook het bestaan van één kwaad wezen erkent. Als dit wezen een goddelijke status heeft, dan is dit strikt genomen een vorm van dualisme. De gelovige vereert echter maar één van beide goden.

Algemene eigenschappen van God

Overeenkomstig diverse tradities wordt God in het vervolg van dit artikel met "hij/Hij", "hem/Hem" benoemd. In het Nederlands is God een mannelijk woord. Er zijn wel discussies over het al dan niet werkelijk mannelijk zijn van God, met name in de feministische theologie. De voor-christelijke Germanen gebruikten het onzijdige als aanduiding voor het godsbegrip nog tot na de kerstening. In het Oudnoords voerde men na de kerstening rond het jaar 1000 ook een mannelijk woord voor dit begrip in, maar dit was enkel van toepassing op de christelijke god.

Hoewel God in diverse religies verschillend vorm heeft gekregen, bestaan er enkele overeenkomsten die voor alle deïstische en theïstische religies gelden. Zuiver filosofische standpunten worden in dit artikel buiten beschouwing gelaten en specifiekere eigenschappen worden benoemd in de subartikelen (zie de paragraaf God in diverse religies).

Hoogste wezen

God wordt in (vrijwel) alle monotheïstische religies beschouwd als het hoogste wezen, dat als soeverein heerser boven wereldlijke machten gesteld is. Als zodanig is hij of zij almachtig en moet vereerd worden door middel van rituelen, gebed of andere praktijken.

Persoon

God wordt in (vrijwel) alle monotheïstische religies antropomorf opgevat: hij heeft menselijke eigenschappen, maar vaak in de hoogste vorm van volmaaktheid.

In sommige religies heeft de ene God meerdere verschijningswijzen (hindoeïsme) of bestaat uit meerdere personen (christendom).

Schepper

God wordt in de meeste religies een rol toegeschreven in het ontstaan van de wereld.

Rechter

God is een rechtvaardige rechter. In verschillende religies neemt dit verschillende vormen aan: in sommige gevallen zal hij oordelen over de daden van mensen in het hiernamaals, in andere gevallen grijpt hij in in de loop der gebeurtenissen in de actuele wereld.

Volmaakt

God bezit ofwel al zijn eigenschappen in de hoogste mate, ofwel alle eigenschappen in de hoogste mate.

Al-goed

Hieronder wordt onder meer verstaan: het toppunt van barmhartigheid, vergevingsgezindheid en genade. God heeft het beste voor met zijn schepping. Hij wenst dat iedereen, mensen, engelen en andere geestelijke wezens, uiteindelijk gelukkig is.

Kakotheïsten wijzen dit af: God is, als schepper van een onvolmaakte wereld, volgens hen niet volmaakt goed. Als God immers goed én almachtig is, dan zou het logisch zijn dat hij het kwaad allang vernietigd heeft, of nooit had laten ontstaan. Pogingen om deze paradox te verklaren heten een theodicee.

In sommige theologische systemen wordt het kwaad verzelfstandigd (los gemaakt van God of de wereld) door een tegenstander van God aan te nemen, die de goede schepping wil vernietigen en strijdt met de goede God. In de abrahamitische religies is dit Satan, in het zoroastrisme Angra Mainyu.

Almachtig

God is bij machte alles te realiseren wat niet in strijd is met zijn andere eigenschappen, in tegenstelling tot de beperkte en onvolmaakte mens.

Er bestaan verschillende opvattingen over de exacte inhoud van Gods almacht. Deïsten geloven dat God door middel van de natuurwetten in de wereld werkzaam is en deze nooit kan overtreden, in tegenstelling tot theïsten die geloven dat God ook uitzonderingen op de natuurwetten maakt. Deze uitzonderingen noemt men wonderen. De Joods-Nederlandse filosoof Baruch Despinoza stelde, dat gebeurtenissen die tegen de natuurwetten lijken in te druisen en daarom wonderlijk lijken, de facto enkelvoudige instantiaties van natuurwetten zijn.

Alwetend

God wordt verondersteld alles te weten, van vóór het begin van de schepping tot na het (eventuele) einde ervan. God is daarom ook alomtegenwoordig en alziend. Sommigen hebben echter de opvattinge dat God weliswaar het heden en het verleden volledig kent, maar niet met zekerheid de toekomst kent; dat zou immers strijdig zijn met de vrije wil die Hij in de schepping heeft gelegd.

Eeuwig

Volgens de meeste religies bestond God voordat de aarde bestond en zal hij altijd bestaan: hij is ongeboren en onsterfelijk. Deïsten geloven dat God onveranderlijk is, terwijl theïsten in sommige gevallen het tegendeel erkennen. God kan volgens de laatsten bijvoorbeeld soms zijn mening veranderen.

Heilig

God is de eeuwige en onovertroffen Heilige. Niemand kan hem aanschouwen en niemand kan zijn zoals hij is. Uit zijn heiligheid volgt dat God de 'zonde' of het 'kwaad' niet kan tolereren maar dit vernietigt als het in zijn 'nabijheid' komt.

IQM

Anselmus van Canterbury betoogde dat God van alle goede eigenschappen de volmaakte vorm heeft. Zijn definitie van God was: 'datgene dan wat zich niets hogers denken laat', in het Latijn: 'id quo maius nihil cogitari potest', vaak afgekort als IQM. Dit lijkt overeen te komen met de Arabische notie Allahu Akbar: God is de grootste. Deze overeenstemming is niet onbegrijpelijk: het begrip van een God als een perfect wezen is, door de Arabische en Scholastieke tradities in de Middeleeuwen hevig bestudeerd in het werk van onder meer Plato en Aristoteles.
Uit zijn definitie leidde Anselmus zijn godsbewijs af: als God 'datgene dan wat zich niets hogers denken laat' is, dan is de hoogst denkbare vorm 'datgene dat werkelijk bestaat en dan wat zich niets hogers denken laat'. Dit godsbewijs werd door de filosoof Immanuel Kant weerlegd, die stelde dat existentie geen eigenschap is.

God in diverse religies

Overeenkomstig diverse tradities wordt God in het vervolg van dit artikel met "hij/Hij", "hem/Hem" benoemd. In het Nederlands is God een mannelijk woord. Er zijn wel discussies over het al dan niet werkelijk mannelijk zijn van God, met name in de feministische theologie. De voor-christelijke Germanen gebruikten het onzijdige als aanduiding voor het godsbegrip nog tot na de kerstening. In het Oud-noords voerde men na de kerstening rond het jaar 1000 ook een mannelijk woord voor dit begrip in, maar dit was enkel van toepassing op de christelijke god.

Brahmanisme

Zie God (Brahmanisme) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het brahmanisme is een monotheïstische stroming in het hindoeïsme. Vaak wordt God door hen genoemd: Brahma (andere namen: Bhagavan, Iishvara, Parama Purusha, Purushottama (Paramashiva), of de drie-ene God Trimurti: Brahma, Vishnu en Shiva, al naargelang het religieus-filosofische aspect van de ene God dat wordt besproken).

Zoroastrisme

Zie God (Zoroastrisme) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In letterlijke zin is het Zoroastrisme geen monotheïsme, maar een polytheïsme. Formeel worden er twee goden erkent, namelijk Ahoera Mazda, de god van het goede, en Ahriman, de god van het kwaad. De mens is ingeklemd tussen beiden en dient in de eeuwige strijd tussen beide goden de kant van het goede te kiezen. De mens behoort echter maar één God te dienen en te gehoorzamen: Ahoera Mazda.

Dit dualisme is vergelijkbaar met het onderscheid in het christendom tussen God en de duivel. De duivel is echter geen God, maar een gevallen engel, of, zoals de kerkvader Augustinus het formuleerde: het Kwade is de afwezigheid van het Goede.

Jodendom

Zie God (Jodendom) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Er zijn meerdere Hebreeuwse woorden die 'God' betekenen:

  • El - 'De Godheid', God in de macht en de onmiskenbaarheid van zijn goddelijke natuur
  • Elohim - meervoudsvorm van El die niet alleen 'goden' betekent maar ook 'de Enige die alle goddelijke hoedanigheden bezit'.
  • Daarnaast is er ook een specifieke naam van God: יהוה, getranslitereerd als JHWH en gewoonlijk vertaald als de 'Ik Ben' - (andere aanduidingen: Adonai, 'de Heer'). De oorspronkelijke uitspraak is niet bekend omdat in het Hebreeuwse alfabet destijds alleen de medeklinkers werden geschreven; bovendien spreken joden de naam van God niet uit en zij schrijven daarom ook vaak G'd. Het niet noemen van de het onnoembare kwam ook bij de oude Germanen voor in de cultus van Freyr wiens eigenlijke naam taboe was.
Niet-joden kennen verschillende uitspraken voor JHWH. De meest gebruikelijke transliteratie is Jahweh. JHWH is gerelateerd aan het Hebreeuwse 'bestaan' of 'zijn' of 'actief aanwezig zijn', vandaar de vertaling "Ik ben". Als aanduiding in het dagelijks leven gebruiken (orthodoxe) Joden 'Hashem', wat letterlijk 'de Naam' betekent; in gebed en zegeningen zeggen zij 'Adonai' (Grieks: Kyrios, Kyrie, Latijn: Dominus, Nederlands: Heer) waar de vierletternaam geschreven staat.

Volgens sommige stromingen in het jodendom kunnen geen eigenschappen aan God geprediceerd worden, hoogstens kan het tegendeel ontkend worden.

Christendom

«God ziet U» Het alziend oog van God.
Zie God (Christendom) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De God in het Christendom is een drieëenheid. De naamgeving is verschillend per taal, in het Nederlands gebruiken christenen de naam 'God' om daarmee de god van het christendom aan te duiden, HE(E)RE / HEER als vertaling van de Hebreeuwse eigennaam van God JHWH. De meeste christenen geloven in een Drie-eenheid van de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest.

Islam

Zie God (Islam) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de Koran wordt God الله genoemd, getranslitereerd als allāh of Allah. Het betekent de God en is verwant aan het Hebreeuwse El. Naast het Arabische woord kan men ook de vertaling in zijn of haar landstaal gebruiken. Er is geen enkele afbeelding van God toegelaten. Zelfs afbeeldingen van levende wezens uit zijn schepping zijn vanaf zeker moment in de geschiedenis verboden. Enkel calligrafische weergave wordt uitgebreid gecultiveerd.

Bahá'í

Zie God (Bahá'í) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Aan de basis van alle bahá’í-leringen staat de idee van de eenheid van God, de eenheid van religie, en de eenheid van de mensheid. God kan alleen gekend worden door middel van zijn manifestaties, die als zuivere spiegels zijn. Dit waren bijvoorbeeld Abraham, Mozes, Boeddha, Zoroaster, Jezus, Mohammed, de Báb en Bahá'u'lláh.
De Bahá'í-opvatting is unitaristisch: de God van de verschillende religies is in alle gevallen dezelfde. Dit wordt tegenwoordig in meer of mindere mate ook in andere religies erkend. Bahá'í-gelovigen kunnen alle namen die in andere religies voor God worden gebruikt, ook gebruiken.

Zie ook

Referenties

Referenties:
 

This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.