|
Article on other languages:
|
Harddrugs (ook wel: zware narcotica of zware bedwelmingsmiddelen) zijn drugs waarvan de Nederlandse overheid vindt dat ze een onaanvaardbaar risico met zich meebrengen. Dit risico ligt met name op het gebied van de gezondheid en het verslavend effect. De verboden middelen staan genoemd op Lijst I van de Opiumwet. Het vervaardigen en verhandelen van deze middelen is strafbaar. Tot de verboden harddrugs worden onder meer gerekend:
VersnijdenBehalve het verslavende effect zijn harddrugs ook gevaarlijk door versnijding. Dit is het "verdunnen" van de drug door toevoeging van andere stoffen (vaak om meer te kunnen verdienen aan dezelfde hoeveelheid drugs). Vaak worden suikers als mannitol en inositol gebruikt voor amfetamine en cocaïne, maar ook voor heroïne, en cafeïne wordt ook vaak voor stimulerende middelen als cocaïne en amfetamine gebruikt omdat het zelf ook stimulerend is. Hoe verder van de bron men de drug gebruikt, hoe groter de kans op versnijding. Behalve vergiftiging is ook overdosering een risico voor de gebruiker die in contact komt met onverwacht zuivere drugs. Alcohol, nicotine en cafeïneAlcohol wordt door sommige mensen gezien als een harddrug, hoewel deze stof in de meeste landen niet verboden is. Sterker nog, het gebruik van alcoholhoudende drank is diep geworteld (en algemeen geaccepteerd) in de westerse cultuur. Overigens wordt alcohol ook in veel oosterse landen al eeuwenlang op grote schaal gebruikt. Zo is het voor velen een verrassing om te horen dat Sri Lanka het land is met het grootste percentage alcoholisten ter wereld. Andere mensen beweren juist dat alcohol geen harddrug is, omdat het niet aan de definitie van een harddrug voldoet, te weten: "Harddrugs zijn drugs waarvan de Nederlandse overheid vindt dat ze een onaanvaardbaar risico met zich meebrengen." Daarnaast staat alcohol in de Opiumwet niet omschreven als een harddrug. Toch voldoet alcohol duidelijk aan de eisen om te classificeren als harddrug. Alcohol is zowel geestelijk als lichamelijk verslavend, en in verhouding veel schadelijker dan bijna alle harddrugs. Wat betreft het lichamelijke effect (verslaving) kunnen ook worden genoemd: Deze twee stoffen hebben echter een veel mildere uitwerking dan harddrugs. Zij zijn dan ook niet verboden volgens de Opiumwet. Zowel nicotine als cafeïne, maar ook heroïne en cocaïne behoren tot een groep chemische stoffen van plantaardige oorsprong die alkaloïden genoemd worden. CannabisIn 2005 en 2006 ontstond discussie over de steeds sterker wordende nederwiet. Volgens sommigen moest cannabis, met een THC-gehalte van 39 procent[bron?] tot de harddrugs worden gerekend, omdat het veel sterke effecten op de gebruiker heeft dan de in Nederland geteelde cannabis van enkele decennia eerder. Het gemiddelde THC-percentage van nederwiet is echter zeventien procent. EphedraIn 2003 kwam er een discussie over de stof ephedra. Deze werd verkocht in smartshops als energie oppepper en afslankmiddel. Na grondig onderzoek naar dit middel is gebleken dat overmatig gebruik van ephedra kon zorgen voor: hartkloppingen, hartaanvallen en beroertes. Na dit onderzoek is Ephedra op lijst 1 van de opiumwet geplaatst, en is dus wettelijk een harddrug. In de smartshops wordt nu vaak het (ook verboden) middel Ephedrine verkocht, wat een extract is. De wetHet wettelijk onderscheid tussen hard- en softdrugs is geïntroduceerd door Nederland. Inmiddels hebben enkele andere Europese landen, waaronder België, deze indeling deels overgenomen. Het onderscheid komt tot uiting in de strafmaat voor verschillende strafbare feiten en de opsporingsprioriteiten. In andere landen, met name buiten Europa, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs, noch in handel in verdovende middelen of eigen gebruik. Zie ook |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.