Hoogleraar

Article on other languages:

del.icio.us del.icio.us
Digg Digg
Furl Furl
Reddit Reddit
Rojo Rojo
Add to OnlyWire

Hoogleraar is het hoogste wetenschappelijke ambt aan een universiteit.

Inhoud

Algemeen

Een hoogleraar behoort tot het personeel van de universiteit. Het wetenschapsgebied waarop de hoogleraar zijn onderwijs- en onderzoektaken uitoefent is vermeld in het benoemingsbesluit.

Hoogleraren zijn bij uitstek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het hun toegewezen wetenschapsgebied en voor de inhoud van het te geven onderwijs op dat gebied.

Een hoogleraar is gerechtigd de titel professor te voeren. Een oud-hoogleraar aan wie om gezondheidsredenen, wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel bij of na het bereiken van de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens eervol ontslag als hoogleraar is verleend, zijn eveneens gerechtigd deze titel te voeren.

Een eervol ontslagen hoogleraar behoudt nog gedurende vijf jaren na hun ontslag het recht als promotor op te treden. In deze hoedanigheid kan de hoogleraar namens het College voor promoties een promovendus tot doctor bevorderen nadat de promovendus een proefschrift onder toezicht van de hoogleraar heeft geschreven en heeft verdedigd tijdens een promotieplechtigheid.

De ambtstitel (en aanspreekvorm) van een hoogleraar is professor, een term die uit het Latijn ('profiteri' dan wel 'professus') stamt. De oorspronkelijke betekenis van het woord is diegene die de professie van het openbare lesgeven uitoefent. Formele titulatuur (bij adressering van brieven en bij academische formele gelegenheden zoals promoties) is Hooggeleerde Heer (Vrouwe). Hoewel de Dikke van Dale het woord hooglerares wel noemt wordt een vrouwelijke hoogleraar altijd gewoon hoogleraar genoemd. De titel professor geniet in België en Nederland geen enkele wettelijke bescherming en derhalve kan iedereen zich zonder juridische consequenties professor (laten) noemen. Professor is immers de aanduiding van een universitaire aanstelling en geen academische graad. Doorgaans is de hoogste graad die aan een universiteit wordt toegekend, die van doctor. Alleen in enige Europese landen kent men daarboven nog de habilitatie.

Soorten hoogleraren

Nederland

Nederlandse universiteiten kennen hoogleraren 1 en 2 (het gaat hierbij om een aanduiding van de salarisschaal van de betreffende hoogleraar, wat vaak samengaat met een hiermee corresponderend verschil in ervaring en verantwoordelijkheden). Daaronder zijn er aan universiteiten nog de functies van universitair docent en universitair hoofddocent. Aangezien zij geen hoogleraarschap bekleden worden zij niet aangesproken met 'professor'. Vroeger kenden universiteiten ook nog lectoren (in 'rang' direct onder hoogleraar), maar deze functie is nu de benaming voor het hogeschoolequivalent van de hoogleraar. De vroegere universitaire lector is via hoogleraar A nu hoogleraar 2.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende soorten hoogleraren:

  • Gewoon hoogleraar: iemand die het hoogleraarschap als hoofdberoep heeft en waarbij zijn leerstoel betaald wordt door de universiteit. Gewoonlijk gaat het om een voltijds- of substantiële deeltijdaanstelling met een relatief grote hoeveelheid bestuurswerkzaamheden. Dit soort hoogleraren zijn vaak leidinggevende van een afdeling aan een universiteit.
  • Buitengewoon hoogleraar: iemand die het hoogleraarschap als nevenfunctie heeft en vaak voornamelijk elders werkzaam is. Gewoonlijk gaat het om een hoogleraarsfunctie die voor één dag in de week wordt vervuld.
  • Bijzonder hoogleraar: hoogleraar die door een stichting, instelling, enz. is benoemd aan een universiteit en waarbij zijn leerstoel tevens gefinancierd wordt door deze organisatie. Ook hier gaat het om een functie die gewoonlijk voor één dag in de week wordt vervuld. Dit type leerstoelen wordt vaak ingesteld om de band met een bepaald maatschappelijk veld te versterken, dan wel om de universiteit een bepaald profiel te geven, en kan soms gezien worden als een vorm van reclame.
  • Universiteitshoogleraar: tophoogleraar met bijzondere positie aan sommige Nederlandse universiteiten. Vaak gaat het om excellente onderzoekers die voor een bepaalde tijd worden vrijgesteld van het verrichten van bestuurlijke taken en (soms) onderwijs, zodat zij meer tijd kunnen besteden aan hun onderzoek.
  • Akademiehoogleraar: tophoogleraar tussen de 55 en 60 jaar die bijzondere wetenschappelijke prestaties heeft geleverd; vaak is deze alreeds hoogleraar aan een universiteit. De Akademiehoogleraar wordt benoemd en betaald door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), en worden door de Akademie in de gelegenheid gesteld om zich voor een periode van vijf jaar geheel te wijden aan innovatief onderzoek en aan de opleiding van onderzoekers.
  • Persoonlijk hoogleraar: hoogleraar die op persoonlijke titel, gewoonlijk vanwege uitzonderlijke onderzoekscapaciteiten, is benoemd aan een universiteit en wiens leerstoel gefinancierd wordt door de universiteit. Verschilt van de Gewoon hoogleraar in de zin dat deze laatste een structurele positie bezet (dat wil zeggen, bij vertrek van de Gewoon hoogleraar wordt er een ander op deze positie benoemd), terwijl een Persoonlijk hoogleraarschap persoonsgebonden is (wordt bij vertrek van de functionaris niet opgevuld).

Op 10 februari 1917 werd de plantkundige Johanna Westerdijk (1883-1961) de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland.

In België

In België zijn aan de universiteit de opeenvolgende rangen van het zelfstandig academisch personeel (ZAP): docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar. Buiten deze hiërarchie bestaan ook buitengewoon hoogleraar, deze hebben naast hun academische bezigheden ook belangrijke taken in de private of openbare sector. Al deze academici worden als 'professor' aangesproken.

In de Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is, in tegenstelling tot Nederland of België, 'professor' een aanspreektitel die gebruikt wordt voor alle docenten die lesgeven aan een college of universiteit. Het Amerikaanse hoger onderwijssysteem kent vier aanstellingen, te weten instructor (docent), assistant professor (universitair docent), associate professor (universitair hoofddocent) en (full) professor (hoogleraar).

Zie ook

Externe links

 

This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.