|
Article on other languages:
|
Hoogleraar is het hoogste wetenschappelijke ambt aan een universiteit.
AlgemeenEen hoogleraar behoort tot het personeel van de universiteit. Het wetenschapsgebied waarop de hoogleraar zijn onderwijs- en onderzoektaken uitoefent is vermeld in het benoemingsbesluit. Hoogleraren zijn bij uitstek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het hun toegewezen wetenschapsgebied en voor de inhoud van het te geven onderwijs op dat gebied. Een hoogleraar is gerechtigd de titel professor te voeren. Een oud-hoogleraar aan wie om gezondheidsredenen, wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel bij of na het bereiken van de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens eervol ontslag als hoogleraar is verleend, zijn eveneens gerechtigd deze titel te voeren. Een eervol ontslagen hoogleraar behoudt nog gedurende vijf jaren na hun ontslag het recht als promotor op te treden. In deze hoedanigheid kan de hoogleraar namens het College voor promoties een promovendus tot doctor bevorderen nadat de promovendus een proefschrift onder toezicht van de hoogleraar heeft geschreven en heeft verdedigd tijdens een promotieplechtigheid. De ambtstitel (en aanspreekvorm) van een hoogleraar is professor, een term die uit het Latijn ('profiteri' dan wel 'professus') stamt. De oorspronkelijke betekenis van het woord is diegene die de professie van het openbare lesgeven uitoefent. Formele titulatuur (bij adressering van brieven en bij academische formele gelegenheden zoals promoties) is Hooggeleerde Heer (Vrouwe). Hoewel de Dikke van Dale het woord hooglerares wel noemt wordt een vrouwelijke hoogleraar altijd gewoon hoogleraar genoemd. De titel professor geniet in België en Nederland geen enkele wettelijke bescherming en derhalve kan iedereen zich zonder juridische consequenties professor (laten) noemen. Professor is immers de aanduiding van een universitaire aanstelling en geen academische graad. Doorgaans is de hoogste graad die aan een universiteit wordt toegekend, die van doctor. Alleen in enige Europese landen kent men daarboven nog de habilitatie. Soorten hooglerarenNederlandNederlandse universiteiten kennen hoogleraren 1 en 2 (het gaat hierbij om een aanduiding van de salarisschaal van de betreffende hoogleraar, wat vaak samengaat met een hiermee corresponderend verschil in ervaring en verantwoordelijkheden). Daaronder zijn er aan universiteiten nog de functies van universitair docent en universitair hoofddocent. Aangezien zij geen hoogleraarschap bekleden worden zij niet aangesproken met 'professor'. Vroeger kenden universiteiten ook nog lectoren (in 'rang' direct onder hoogleraar), maar deze functie is nu de benaming voor het hogeschoolequivalent van de hoogleraar. De vroegere universitaire lector is via hoogleraar A nu hoogleraar 2. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende soorten hoogleraren:
Op 10 februari 1917 werd de plantkundige Johanna Westerdijk (1883-1961) de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. In BelgiëIn België zijn aan de universiteit de opeenvolgende rangen van het zelfstandig academisch personeel (ZAP): docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar. Buiten deze hiërarchie bestaan ook buitengewoon hoogleraar, deze hebben naast hun academische bezigheden ook belangrijke taken in de private of openbare sector. Al deze academici worden als 'professor' aangesproken. In de Verenigde StatenIn de Verenigde Staten is, in tegenstelling tot Nederland of België, 'professor' een aanspreektitel die gebruikt wordt voor alle docenten die lesgeven aan een college of universiteit. Het Amerikaanse hoger onderwijssysteem kent vier aanstellingen, te weten instructor (docent), assistant professor (universitair docent), associate professor (universitair hoofddocent) en (full) professor (hoogleraar). Zie ook
Externe links
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.