|
Article on other languages:
|
Horst Köhler (Heidenstein (Gouvernement-Generaal), nu: Skiërbieszów (Polen), 22 februari 1943) werd tot bondspresident van Duitsland gekozen op 23 mei 2004 en werd beëdigd op 1 juli 2004 als opvolger van Johannes Rau.
LevensloopKöhler werd geboren in het destijds door Duitsland bezette Polen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vluchtte zijn familie naar Leipzig en in 1953 ontvluchtten ze Oost-Duitsland en gingen ze in het West-Duitse Ludwigsburg (Baden-Württemberg) wonen. Köhler studeerde economie en politieke wetenschappen aan de universiteit van Tübingen. In 2000 werd hij aangesteld als directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). PresidentschapKandidatuurOp 4 maart 2004 werd Horst Köhler, lid van de CDU, als gemeenschappelijke kandidaat voor het presidentschap van CDU, CSU en FDP, toen samen in de oppositie, genomineerd. Hierop legde Köhler zijn ambt als directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds neer. Rekening houdend met de politieke krachtverhoudingen binnen de bondsvergadering gold de verkiezing van Köhler als zeker (CDU, CSU en FDP beschikten samen over 623 van de 1205 mandaten), en verkoos de zittende president, Johannes Rau, zich niet meer kandidaat te stellen. De regerende SPD/Bündnis 90/Die Grünen coalitie stelde Prof. Dr. Gesine Schwan als tegenkandidaat op. VerkiezingHorst Köhler werd op 23 mei 2004 door de 12de bondsvergadering in de eerste verkiezingsronde verkozen (604 stemmen voor Köhler, 589 voor Schwan, 11 ongeldige stemmen of onthoudingen). Met de eedaflegging op 1 juli 2004 trad hij zijn vijfjarig mandaat aan. OptredenHet ambt van president is ceremonieel, zodat samenwerking met een bondsregering van een andere kleur goed mogelijk is. Köhler veroorzaakte echter al in september 2004 een rel door te verkondigen dat werkloze "Ossies" zouden moeten overwegen om naar elders te verhuizen. Zo kort voor de viering van de 15e verjaardag van de val van de muur viel dit slecht in de voormalige DDR, waar de teleurstelling over de Duitse Hereniging toch al groot is. Dit "Tante Gertrude-verhaal", met een verwijzing naar de vroegere Nederlandse minister Onno Ruding, werd fel bestreden door enkele regionale leiders. Sinds de hereniging zijn al een miljoen Oost-Duitsers naar het westen getrokken. De grondwet streeft naar een gelijke ontwikkeling van de landsdelen, terwijl in de praktijk de werkloosheid in het westen 5% en in het oosten 20% bedraagt. Köhler vreest echter dat nog meer steun aan het oosten toekomstige generaties opzadelt met een ondraaglijke schuldenlast.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.