|
Huid (Latijn: cutis) of vel vormt de buitenste bekleding van het lichaam van mens en dier. Bij de mens wordt de huid beschreven als het grootste orgaan, omdat de gehele huid meer weegt dan elk van de andere interne organen. Bovendien bevat de huid, net als interne organen, verschillend gespecialiseerde cellen die samen een functie vervullen. Het is bovendien het enige orgaan dat zonder verdere ingrepen of hulpmiddelen van buitenaf bekeken kan worden. Waarnemen van de huid levert soms belangrijke informatie op over het al of niet goed functioneren van het lichaam als geheel.
OpbouwDe huid is opgebouwd uit een tweetal lagen die uit twee verschillende weefsels bestaan. De buitenste laag, de opperhuid of epidermis, bestaat uit een meerlagig epitheel. Daaronder ligt een laag collageen bindweefsel die de lederhuid of dermis wordt genoemd. Tezamen vormen deze lagen een effectieve bescherming van de er onder gelegen weefsels en organen tegen schadelijke invloeden van buitenaf, maar ook tegen uitdroging of excessieve wateropname. HuidaanhangselenDaarnaast worden de volgende gespecialiseerde weefseltypen in de huid onderscheiden, de zg. huidaanhangselen of -adnexen: PigmentDe cellen van de epidermis bevatten meestal grotere of kleinere hoeveelheden pigmentkorrels. Wanneer huid regelmatig aan zonlicht met ultraviolette straling wordt blootgesteld, wordt in de huid meer pigment gevormd en wordt de huid meer getint. Het pigment absorbeert de ultraviolette straling en voorkomt zo schade aan het onderliggend weefsel. Individuen bij wie het gen voor pigment niet werkt (albinisme) hebben geen huidpigment en zijn extreem gevoelig voor weefselschade door ultraviolette straling. Overig
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.