|
Article on other languages: |
Jhāna (Pali) verwijst in het Theravada boeddhisme naar de acht meditatiestadia die frequent door Gautama Boeddha onderwezen werden en waar veel vermeldingen naar worden gemaakt in het Pali Canon. In het Pali is het woord jhāna afgeleid van jhayati, wat denken of mediteren betekent. De jhanas zijn de hoogste vorm van samadhi (Pali voor mentale concentratie). De jhānas zijn in het boeddhisme niet het uiteindelijke doel van de boeddhistische praktijk, maar wel een zeer belangrijke tussenstap, of middel, naar het uiteindelijke doel van Nirvana. Het bereiken van de jhānas wordt beschouwd als een bovenmenselijke prestatie, en kan ook leiden tot een versnelde toegang of hogere kunde in de zes bovennatuurlijke krachten. De term jhāna wordt in het Sanskriet vertaald als dhyana, en heeft daar ook de betekenis van mediteren. Alhoewel deze twee begrippen dus op elkaar lijken, zijn er significante verschillen in de theoretische uitwerking en feitelijke praktijk van jhāna en dhyana.
Karakteristieken van de jhānasHet bereiken van de jhānas leidt tot een grote innerlijke rust en stabiliteit. Tijdens een meditatie waarbij een van de jhānas bereikt wordt, en gedurende een periode nadat deze meditatie beëindigd is, is er een tijdelijke purificatie van de geest van de drie vergiften van begeerte, aversie en delusie. De jhānas zijn daardoor bevorderlijk voor het maken van voortgang in de praktijk en ontwikkeling van wijsheid of vipassana, wat het Nirvana tot gevolg heeft. Tijdens een jhāna-meditatie verliest men gewoonlijk het besef van tijd, en deze meditaties kunnen daardoor moeiteloos voor een zeer lange periode (uren of dagen) gecontinueerd worden. Men beleeft ook geen lichamelijk ongemak wanneer men in een jhāna verblijft, omdat het contact van de geest met het fysiek lichaam tijdelijk verbroken is. Ook het gehoor is tijdelijk uitgeschakeld. Gedurende een meditatie waarin een van de jhānas behaald wordt, ontstaan er geen gedachten in de geest. Andere mentale factoren als aandacht, concentratie, vreugde en geluk zijn echter in zeer grote mate aanwezig. De jhanas worden gekenmerkt door de aan- of afwezigheid van de vijf jhana-factoren: vittaka (initiatie van aandacht), vicāra (voortdurende aandacht), piti (vreugde), sukha (geluk) en ekaggata (eenheid van geest). De acht JhānasEr zijn acht jhānas:
De eerste vier jhānas zijn de fijn-materiële jhānas. De laatste vier jhānas zijn de immateriële jhānas. Deze immateriële jhānas worden in het boeddhisme als minder noodzakelijk voor de verdere mentale groei gezien. De vierde jhāna wordt gezien als de meest optimale jhāna voor de verdere mentale cultivatie. Het bereiken van de jhānasVoor de training van de geest in het bereiken van de jhānas is het noodzakelijk dat de geest zich eerst bevrijdt van de vijf obstakels (Pali: nivarana) van (1) begeerte, (2) haat, (3) slaperigheid, (4) onrust en zorgen, en (5) twijfel. Indien geen van deze obstakels aanwezig is, is toetreding tot de jhānas mogelijk door versterking en ontwikkeling van de vijf jhāna-factoren. Iemand die kundig in het behalen van de jhānas is zal deze zeer snel kunnen bereiken. Voor iemand die niet weet wat de jhānas zijn of niet weet dat ze bestaan kan het zeer moeilijk zijn om ze te behalen, ook al wordt zijn geest momenteel niet belemmerd door de vijf obstakels. Ook een obsessie met de jhānas kan een obstakel zijn voor het werkelijk behalen ervan, omdat obsessie slecht samengaat met innerlijke rust en de vijf obstakels sterker kan maken. Kunde in de jhānas leidt tot een wedergeboorte in een van de zeer hoge hemels. Zie ookboeddhistische kosmos voor meer informatie over de relatie tussen de jhānas, wedergeboorte en hemels. Externe links
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.