|
Article on other languages:
|
Kroketten van de FEBO
De kroket is een gefrituurd gerecht. Kroketten worden als typisch Nederlandse snack bij de meeste snackbars verkocht. Ze worden los, of op een broodje ("broodje kroket"), of samen met friet gegeten. Veel mensen nemen bij kroket wat mosterd. Kleinere kroketjes, meestal gemaakt van aardappelen of groenten, worden gegeten als bijgerecht bij een uitgebreide maaltijd. De Nederlandse vleeskroket is gemaakt van een salpicon van vlees (een soort dikke ragout), die in koude toestand tot een rolletje wordt gevormd. De rundvleeskroket en kalfvleeskroket zijn luxe varianten. Daarnaast bestaan er ook goulash kroketten welke worden vervaardigd uit goulash. In België worden traditioneel ook garnaalkroketten en kaaskroketten gegeten. De groentekroket is een relatief nieuw product, dat inspeelt op vegetarische sentimenten in de maatschappij. Kroketten worden gemaakt door een dikke saus, of in het geval van de groenten een puree, te maken van de vulling, eventueel wordt de vulling ook vermalen, wanneer deze is afgekoeld wordt de kroket gevormd waarna deze door ei, bloem en paneermeel wordt gerold tot de kroket aan alle kanten goed afgesloten is zodat het geheel later niet kapot springt. Hierna wordt de kroket gefrituurd waardoor er een knapperig korstje aan komt en de ragout weer warm wordt. De luchtige korst koelt vrij snel af, maar de vulling blijft lang warm, waardoor bij het eten enige voorzichtigheid geboden is.
Varianten
GeschiedenisDe kroket komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Frankrijk. In een druk uit 1705 van Le cuisinier royal et bourgeois, (eerste druk 1691) dat werd geschreven door François Massialot, de kok van Lodewijk XIV, staat al een recept voor kroketten ('croquets'). Culinair deskundige Johannes van Dam beschouwt dit als het oudste recept. Deze eerste croquet had de afmeting van een ei. De vulling werd zonder bechamelsaus bereid, maar wel gepaneerd, en vervolgens in reuzel gefrituurd. Dezelfde vulling werd overigens ook wel in deeg verpakt en gefrituurd, net als rissoles. In die vorm bestaat het gerecht al sinds de Romeinse tijd. De oudste Nederlandse recepten van kroketten dateren van 1830 (privécollectie Johannes van Dam[1]). Het oudst bekende Nederlandse recept dat in gedrukte vorm verscheen, is van de kok van koning Willem I in een appendix bij de heruitgave van 1851 van het kookboek "Moderne Kookkunst" van Maria Haezebroeck. In de negentiende eeuw werden kroketten gepaneerd met vers broodkruim en in de koekenpan in boter of reuzel gebakken (Henriette Davidis, Keukenboek, 2de druk 1868). Deze kroketten dienden, anders dan de oorspronkelijke 'koninklijke voorgangers' vooral als restverwerking van gaar vlees. Kroketten werden in het begin van de twintigste eeuw geserveerd als tussengerecht in een uitgebreid menu, na de soep en vóór het hoofdgerecht. De ontwikkeling van chic tussengerecht naar snack gebeurde na de Tweede Wereldoorlog. In de loop der tijd zijn er allerlei varianten ontstaan, behalve de reeds genoemde soorten zijn er tegenwoordig bijvoorbeeld ook satékroketten en aspergekroketten. AfmetingenDe gemiddelde kroket heeft een lengte van 10,5 centimeter en een diameter van 3 centimeter. Daarmee is de inhoud 74,22 kubieke centimeter en daarmee is hij kleiner dan een frikandel. Op zaterdag 27 oktober 2007 werd op het Rembrandtplein in Amsterdam de grootste kroket van Nederland onthuld. Hij werd gemaakt door de bekende krokettenfabrikant Van Dobben. De kroket was ruim 1,3 meter lang en woog 250 kilogram. Trivia
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.