|
Article on other languages: |
Het Markermeer, Hoornsche Polder of Zuidelijk IJsselmeer is een 700 km2 groot meer gelegen tussen Noord-Holland, Flevoland en het Noordelijk IJsselmeer. Het meer is op de meeste plaatsen 2 tot 4 meter diep en is genoemd naar het schiereiland Marken, in het zuidwesten van het meer. De term Markermeer vloeit voort uit de geplande inpoldering van dit gebied tot Markerwaard. Aangezien dat plan van de baan is, is de term Zuidelijk IJsselmeer feitelijk juister. Zowel het noordelijk als het zuidelijk deel zijn immers overblijfsel van de voormalige Zuiderzee en vormen historisch en geografisch een eenheid. Het Markermeer gaat zuidelijk over in het IJmeer en noordelijk in het (Noordelijke) IJsselmeer.
GeschiedenisOorspronkelijk was dit water onderdeel van de Zuiderzee. In het kader van de plannen ontwikkeld door ir Cornelis Lely, werd eerst de Afsluitdijk (1932) aangelegd waardoor het IJsselmeer ontstond. Daarna werden de polders Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland aangelegd. Als laatste was de "Markerwaard" aan de beurt. Begonnen werd met de bouw van de Houtribdijk of "Markerwaarddijk" (1976) die Lelystad met Enkhuizen verbindt (de N302). Hierdoor is het Markermeer van het IJsselmeer gescheiden. WaterafvoerHet water van het Markermeer wordt op drie manieren afgevoerd;
Het oorspronkelijke planHet oorspronkelijke plan was om ook het Markermeer in te polderen, net als Flevoland en de Noordoostpolder. De veranderde ideeën onder de bevolking leidden tot protesten tegen dit plan. Het Markermeer speelde al een belangrijke rol in het op niveau houden van de vogelstand. Ecologisch gezien zou droogleggen niet positief uitwerken. Uit de ervaring met de grote droogmakerijen was ook gebleken, dat dit toch op termijn kon leiden tot een verdroging van het vasteland. De waterhuishouding was ingewikkelder dan eerst voorzien: de grondlagen van Noord-Holland hellen af naar het oosten. Grondwater zou, onder het randmeer door, naar de drooggemaakte polder stromen. In Noord-Holland zou de grondwaterstand hierdoor dalen, waardoor houten heipalen zouden verrotten en de bodem zou inklinken. Ook in de waterrecreatie speelde het meer een steeds grotere rol, verkleining van het wateroppervlak werd vanuit die hoek ook bestreden. Toen ook de financiële haalbaarheid betwijfeld werd, besloot men in de tachtiger jaren het Markermeer open te houden. In 1981 werd het Plan Lievense gepubliceerd om het Markermeer te omgeven met windmolens. Deze pompten water in het meer, terwijl waterkrachtcentrales in de dijken voor een continue stroomopwekking zouden kunnen zorgen. Omdat de energievoordelen bescheiden bleken te zijn in vergelijking tot de prijs van het project en vanwege landschappelijke en ecologische bezwaren is dit plan nooit gerealiseerd. Voor de Tweede-Kamerverkiezingen 2003 nam de LPF inpoldering van de Markerwaard in haar verkiezingsprogramma op. Dit met als doel de werkgelegenheid te bevorderen en een overloopgebied te creëren voor de Randstad. Nieuwe plannenIn april 2007 presenteerde de staatssecretaris Tineke Huizinga een nieuw plan voor het IJsselmeer. In dit plan wordt het IJsselmeer in drie compartimenten verdeeld. Het noordelijk deel met een verhoogde waterstand als buffer voor de zoetwatervoorziening, het Markermeer met een wisselende waterstand ten behoeve van een grotere ecologische variatie. Het derde deel kan ontstaan door een dijk te bouwen in het IJmeer, waardoor meer gelegenheid ontstaat voor bouwen en recreëren. De verdere uitwerking moet nog tot stand komen door regionale invulling van dit kader. Trivia
Zie ookExterne links
|
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.