|
Article on other languages:
|
Morfine is een in de geneeskunde veelgebruikt krachtig narcotisch analgeticum (pijnstiller). De apotheker Friedrich Sertürner isoleerde in 1806 het alkaloïde morfine (C17H19NO3) als het werkzame bestanddeel van opium. De naam morfine is ontleend aan de god Morpheus uit de Griekse mythologie. Hoewel morfine in principe geheel synthetisch gemaakt kan worden, wordt de grondstof waar morfine uit wordt geëxtraheerd (de ruwe opium) nog steeds door de papaverplant geleverd. Men heeft in de klinische praktijk vaak bezwaar tegen het gebruik van deze middelen omdat ze verslavend zouden zijn en er tolerantie zou optreden. Het therapeutisch gebruik van opiaten (bv. in het kader van een pijnbehandeling) leidt veelal niet tot grote problemen. Afgezien daarvan kan het echter aanleiding geven tot lichamelijke afhankelijkheid, wat wil zeggen dat bij plotseling staken de patiënt ontwenningsverschijnselen kan ontwikkelen. Een opiaat dient dan ook altijd geleidelijk afgebouwd te worden. Van gewenning - het fenomeen dat in de loop der tijd steeds hogere doseringen nodig zijn - is inderdaad sprake voor sommige effecten van het middel. Als pijn merkbaar toeneemt, dan is daar een reden voor die uitgezocht dient te worden. Het morfinederivaat heroïne bezit de eigenschappen van morfine in alle opzichten in heviger mate en wordt in de Nederlandse geneeskunde niet toegepast. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk is dat wel het geval. PreparatenEnkele namen van morfinepreparaten zijn: MS Contin, Kapanol, en Sevredol. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.