|
Article on other languages:
|
Doorsnede van een oog
netvlies (retina), regenboogvlies (iris), hoornvlies (cornea), gele vlek (macula lutea), oogzenuw, lens, pupil Het netvlies of retina is het sterk doorbloed lichtgevoelige 'scherm' achter in het oog. Het netvlies ligt binnen en achter in het oog en bestaat uit ca. 126 miljoen zintuigcellen. Deze cellen vangen het licht dat in het oog binnenkomt op. Ze zijn onder te verdelen in kegeltjes en staafjes: de eerste zijn om kleurverschillen waar te nemen, de laatste om het verschil tussen licht en donker te kunnen maken. Overdag kijken we met het centrale punt op ons netvlies, de macula lutea of gele vlek, waar de meeste kegeltjes zitten. In het donker kijken we iets naast dit centrale punt, waar zich meer staafjes en minder kegeltjes bevinden. Sommige diersoorten hebben een reflecterende laag (zie Tapetum lucidum) vlak achter of soms zelfs nog in het netvlies zodat licht dat al door het lichtgevoelige deel van netvlies is gevallen wordt teruggekaatst. Op deze manier verbetert het zicht in schemerige omstandigheden. Wanneer de vergelijking met fotografie getrokken wordt, is het netvlies het scherm waartegen de beelden worden geprojecteerd. In een recent Amerikaans onderzoek werd een vergelijking met digitale signalen gemaakt. De bandbreedte van het menselijk netvlies bleek 8,75 megabit per seconde te bedragen, en dat van een cavia (een nachtdier) 875 kilobit per seconde.[1] Sommige nachtactieve dieren, van katten tot krokodilachtigen, hebben een lichtreflecterende laag net achter of in het netvlies: het tapetum lucidum. Deze laag spiegelt het licht waardoor het netvlies in het duister meer licht ontvangt en het oog toch goed kan zien.
OogspiegelHet optische systeem van het oog werkt als een retroreflector, dat wil zeggen dat het invallende licht in dezelfde richting wordt teruggekaatst. Normaliter is het teruggekaatste licht dan ook niet zichtbaar. Om het netvlies te inspecteren gebruikt de arts een oogspiegel of oftalmoscoop. Daardoor kijkt hij door of vlak langs een lichtbron. Om beter te kunnen zien druppelt de arts atropine in het oog waardoor de iris tijdelijk verlamd wordt en de pupil wijd open staat. Hij ziet nu het netvlies rood oplichten, doordat het sterk doorbloede vaatvlies (chorioïdea) door het netvlies heenschijnt. Het netvlies is de enige plek in het lichaam waar bloedvaten onbelemmerd zichtbaar zijn. Om het netvlies nauwkeuriger te onderzoeken wordt een externe lens op de oogbol gezet. De patiënt krijgt enkele minuten vooraf oogdruppels die het oog verdoven (unicaïne) en die de pupil verwijden door de musculus sphincter pupillae te verlammen en de musculus dilatator pupillae te stimuleren. Rode ogenFotografeert men iemand met een flitser, dan ontstaan er vaak rode ogen: het fototoestel werkt als oogspiegel. De pupil staat namelijk bij gedempt licht wijd open en kan zich niet snel aan het felle flitslicht aanpassen. Het probleem is op twee manieren te verhelpen: door eerst een paar keer vooraf te flitsen, waardoor de pupillen zich sluiten, en door de flitser niet vlak bij de camera te plaatsen. RetinascheurBij bijziende mensen is de oogbol langwerpig uitgetrokken. De bijziendheid is een gevolg van die vervorming: Het beeld wordt vóór het netvlies gevormd. Bij zulke mensen moet de gel van het glasachtig lichaam dat de oogbol vult, meerekken. Bovendien krimpen de eiwitten hierin na verloop van tijd, waardoor ze soms als wazige vlokjes kunnen waargenomen worden door de patiënt. Het glasachtig lichaam zit vooral perifeer en centraal aan de retina vast, zodat hier vooral netvliesscheurtjes kunnen ontstaan. Met een medische laser kan het volledig loskomen van het netvlies voorkomen worden door het bijna pijnloos aanbrengen van brandpunten op het netvlies, dat zo door littekenvorming wordt vastgezet (cicatrisatie). Wordt dit niet op tijd gedaan, dan kan het netvlies loslaten (ablatie), met onmiddellijke blindheid als gevolg. Een spoedoperatie is dan nodig, maar het is onvermijdelijk dat het netvlies blijvende schade heeft opgelopen. OntwikkelingsgeschiedenisHet netvlies ontwikkelt zich uit de hersenen en bevat zenuwcellen. Anders gezegd, het netvlies is een deel van de hersenen. Dat betekent, aangezien zenuwcellen vrijwel niet regeneren, dat schade aan het netvlies onherstelbaar is. Een transplantatie van het netvlies - laat staan van hele ogen, wat in het verleden wel geprobeerd werd - leidt dan ook niet tot bruikbare resultaten. Voetnoten |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.