|
Article on other languages:
|
Copernicus' standbeeld bij de ingang van het kasteel te Olsztyn
Copernicusmonument voor de Poolse Academie van Wetenschappen door Bertel Thorvaldsen, Krakowskie Przedmieście straat te Warschau. Oorspronkelijk gemaakt in 1822, in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers omgesmolten. In 1945 met oorspronkelijke mallen hersteld.
Nicolaas Copernicus (Duits: Niklas Koppernigk, Kopernik; Pools: Mikołaj Kopernik; Latijn: Nicolaus Copernicus) (Thorn, 19 februari 1473 – Frauenburg, Ermland, Pools-Litouwse Gemenebest, 24 mei 1543) was naast kanunnik een belangrijk wiskundige, arts, jurist en sterrenkundige die bekend is geworden door zijn heliocentrische theorie van het zonnestelsel. Deze gedachten betekenden een omwenteling in het wetenschappelijk denken van zijn tijd en in ons wereldbeeld (de Copernicaanse revolutie). Leven en werkHij werd geboren als Niklaus Koppernigk in de stad Thorn (thans Toruń) in het sinds 1440 resp. 1466 Pools-koninklijk deel van Pruisen (het latere West-Pruisen), destijds evenals na 1918 onder Pools gezag. Zoals in die tijd gebruikelijk onder publicerende geleerden (men schreef immers ook in het Latijn), gaf hij zichzelf een gelatiniseerde vorm van zijn naam: Nicolaus Copernicus. JeugdZijn vader, een rijke koperhandelaar, stierf in 1483 toen Copernicus tien jaar was. Van zijn moeder, Barbara von Watzenrode, is weinig bekend. Blijkbaar stierf zij eerder dan haar echtgenoot. In ieder geval nam haar broer, Lucas von Watzenrode, een kanunnik en later prins-bisschop van het aartsbisdom van Ermland (Pools-Litouwse Gemenebest, de opvoeding van de jonge Nicolaas op zich. De positie van zijn oom hielp Copernicus in zijn kerkelijke carrière, zodat hij tijd over hield voor zijn hobby: sterrenkunde. OpleidingIn 1491 schreef Copernicus zich in bij de universiteit van Krakau, waar hij theologie, Klassieke talen en astrologie / astronomie (destijds nauwer verweven dan vandaag de dag) studeerde. Eind 1496 ging hij na een kort verblijf in Thorn naar Italië. Daar studeerde hij kerkelijk en burgerlijk recht aan de universiteit van Bologna. Hij leerde daar Domenico Maria Novara da Ferrara kennen, een hoogleraar wiskunde en astronomie, bij wie hij ook een kamer zou huren. Hij assisteerde hem ook bij zijn onderzoek, en deed zijn eerste waarnemingen. Naast zijn hoofdstudie rechten legde Copernicus zich ook toe op de wiskunde en astronomie. In 1497 werd Copernicus op voordracht van zijn oom aangesteld als kanunnik bij de kathedraal van Frauenburg (voorheen Oost-Pruisen, sinds 1945 Frombork in Polen) een functie die zijn financiële situatie danig verbeterde, maar waarvoor hij geen tegenprestatie hoefde te leveren. Na een jaar in Rome les te hebben gegeven in de wiskunde en astronomie keerde Copernicus, zonder zijn studies voltooid te hebben, terug naar Frauenburg, en nam hij zijn plaats als koorheer (kanunnik) in. Maar omdat hij zijn studie nog niet voltooid had, kreeg hij toestemming van zijn oom om terug te keren naar Italië om zijn studie te voltooien nadat hij officieel was geïnstalleerd als kanunnik medio 1501. Ditmaal ging Copernicus niet naar Bologna, maar zou hij gaan studeren in Padua, omdat die een goede naam had op medisch gebied. Naast medicijnen legde Copernicus zich ook hier toe op de astrologie, wat gebruikelijk was in die tijd, gezien het feit dat de sterren door artsen nogal eens werden geraadpleegd om de ziekte te ontdekken enz, en in 1503 promoveerde Copernicus dan uiteindelijk toch in de rechten aan de Universiteit van Ferrara. Na een verblijf van enkele maanden zou hij nog wel terugkeren naar Padua, maar zijn studie geneeskunde zou hij niet meer afronden. Rond 1505 keerde hij terug naar Frauenburg. GeestelijkeToen Copernicus in 1505 terugkeerde in Frauenburg diende hij zijn geestelijke taken als kanunnik toch eindelijk wel op zich te nemen. Maar wederom kreeg hij hiervan vrijstelling, om zijn oom als lijfarts te dienen. Dit betekende dat Copernicus de facto zijn persoonlijk secretaris werd. In 1509 deed Copernicus zijn eerste publicatie, een Latijnse vertaling van een set Griekse gedichten van Theophylactus Simocattes. Na de dood van zijn oom in 1512 hervatte Copernicus zijn werkzaamheden als kanunnik, maar had nu wel veel tijd voor astronomische observaties, aangezien zijn vertrekken ook een astronomisch observatorium omvatten. In 1514 bracht Copernicus een klein werkje uit waarin hij zijn visie op het heelal uiteenzette, met een zevental axioma's, waarop hij zijn conclusies zou baseren. Het handgeschreven boekje dat hij alleen onder zijn vrienden verspreidde (en dat ook zijn naam niet bevatte) handelt over onder meer het centrum van het heelal en de beweging van hemellichamen en de aarde. Gezien het feit dat Copernicus was uitgenodigd bij het Vijfde Lateraans Concilie als expert op het gebied van astronomie (ter verbetering van de kalender), was destijds al bekend dat Copernicus kennis had van de beweging der hemellichamen. Copernicus was zich bewust van het conservatieve verzet in de kerk tegen nieuwe opvattingen over het heelal en koos ervoor om niet te gaan, maar per brief te antwoorden. Door een oorlog tussen de Poolse koning en de toen nog klerikale Duitse Ridderorde die Oost-Pruisen bestuurde (waarin Ermland als een enclave was gelegen), was Copernicus gedurende enige tijd, tot ongeveer 1520, niet goed in staat om zijn observaties te vervolgen. Hij kreeg de taak om de defensie van Frauenburg te organiseren op administratief gebied, en nam tussentijds deel aan (mislukte) vredesonderhandelingen. Toen in 1521 de vrede terugkeerde werd Copernicus aangesteld om de herstelwerkzaamheden te leiden samen met zijn vriend Tiedemann Giese, ook een kanunnik in Frauenburg. Anders dan Giese zou Copernicus altijd een kanunnik blijven, en nooit de priesterwijdingen ontvangen, hoewel dit wel gewenst werd door zijn meerderen. AstronoomNicolaas Copernicus wordt beschouwd als de grondlegger van de heliocentrische theorie, die stelt dat de zon in het midden van het zonnestelsel staat en dat de planeten er omheen draaien. (In de Oudheid was Aristarchos van Samos tot de zelfde conclusie gekomen.) Dit in tegenstelling tot het destijds gebruikelijke geocentrische wereldbeeld, waarbij de aarde en mens werden geacht het centrum van het heelal te vormen. Wel bleef hij bij het idee van Claudius Ptolemaeus dat de planeten éénparige cirkelbewegingen maken. Copernicus' model bevatte nog enkele tientallen kleine epicykels - dit zijn correctieve hulpcirkels om de banen van de planeten kloppend te maken met de waarneming. Ook ging hij ervan uit dat alle sterren zich op enorme afstand van de aarde bevinden, ver buiten de baan van de planeten. Parallax door de jaarlijkse gang van de aarde om de zon zou daardoor onmeetbaar klein zijn. In druk werd zijn systeem pas gepubliceerd in de Narratio prima (1540) van Rheticus. Copernicus schreef in 1530 een groter manuscript, De Revolutionibus Orbium Coelestium (Over de omlopen van de hemellichamen). Omdat deze theorie in tegenspraak was met de toenmalige leer van de rooms-katholieke kerk die het wereldbeeld van Aristoteles en Ptolemaeus aanhing of omdat hij bang was voor de kritiek van de gevestigde wetenschappelijke orde, aarzelde Copernicus lang over publicatie. Pas na tussenkomst van de jonge astronoom Rheticus (Georg Joachim von Lauchen) uit Wittenberg stemde Copernicus in met de publicatie. Hij gaf een vriend zijn manuscript mee voor Rheticus, die het uiteindelijk in 1543 liet drukken in Neurenberg. Volgens de legende kreeg Copernicus het eerste exemplaar op zijn sterfbed overhandigd. De uitgever Osiander had er een voorwoord aan toegevoegd, met de strekking dat het heliocentrische wereldbeeld vooral moet worden gezien als een wiskundig model en niet als de realiteit. Het is waarschijnlijk door dit voorwoord dat de onrust die het heeft veroorzaakt binnen de Kerk relatief beperkt is gebleven. In 1616 kwam het werk dan toch op de Index Prohibitorum (lijst van door de Kerk verboden boeken) te staan. OverlijdenCopernicus stierf in 1543 in Frauenburg/Frombork in het koninkrijk Polen in het prinsbisdom Ermland (thans Warmia, Polen) en werd in de kathedraal aldaar begraven. Tegenwoordig is in de kathedraal en de bijgebouwen een museum over Copernicus gevestigd. Voor de ingang van het kasteel van Allenstein (sinds 1945 Olsztyn) staat een bronzen standbeeld van Copernicus. NationaliteitDe nationaliteit van Copernicus geeft vanaf het opbloeiende nationalisme van de 19e eeuw tot op heden, steeds weer aanleiding tot polemieken. Zowel Polen als Duitsers maakten terzelfder tijd aanspraak op hem. Duidelijk is, dat: • Copernicus in Pruisen (Kulmerland resp. Ermland) geboren is, waar vanouds de invloed van de Duitse Orde groot was. • zijn vader Niklas Koppernigk afkomstig was uit Frankenstein in Neder-Silezië, toen geheel Duitstalig.[1] dat sinds 1348 als deel van het koninkrijk Bohemen tot het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie behoorde. • zijn moeder Barbara von Watzenrode is, wier broer - de vorst-bisschop van het het prins-bisdom Ermland - onder Pools protectoraat - was en etnisch Duits. Het land der Pruisen (Pruzzen), werd onder leiding van de Duitse Orde in de 13de en 14de eeuw gekerstend. Copernicus' vaderstad Toruń (Thorn) werd in 1440 lid van de Pruisische Bond en maakte zich daarmede – na een periode van ca. 200 jaar - los van de Pruisische Ordestaat om zich onder bescherming te stellen van de Poolse Koning, overigens onder voorwaarde van verregaande stedelijke autonomie. Even later moest de Pruisische Ordestaat bij de tweede vrede van Thorn in 1466 West-Pruisen afstaan aan het Koninkrijk Polen (sindsdien als autonome provincie ook Koninklijk Pruisen genoemd). De Duitstalige stad Toruń (Thorn) was daarmee – samen met Danzig (Gdansk) en Elbing (Elbląg) – als één van de Duitse Hanzesteden - een Poolse Rijksstad geworden, met vertegenwoordiging in de Sejm (het Poolse parlement). Zij bleven daarbij echter autonoom en voerden al vroeg de lutherse hervorming in. Dat was overigens pas aan het einde van Copernicus' leven en hij volgde als geleerde dan ook de voorgeschreven traditionele kerkelijke carrière. Toruń (Thorn) viel tijdens de geboorte van Copernicus dus onder de Poolse kroon, wat hem echter nog geenszins tot “Pool” maakt. De nationale staat en bijgevolg het nationaliteitsbegrip waren ten tijde van Copernicus onbelangrijker dan zij in de moderne tijd - geworden zijn. Men was onderdaan van een vorst, die door huwelijk, erfenis, oorlog of anderszins landsdelen verkreeg of verloor, zonder dat dit het besef van etniciteit of nationaliteit van de betreffende burgers direct beïnvloedde. De geschriften van Copernicus zijn voor het merendeel in het Latijn (de taal der wetenschap in die dagen) en voor het overige - en dan vooral zijn persoonlijke correspondentie - in het Duits geschreven. Schriftelijke getuigenissen van Copernicus in het Pools zijn niet bekend. Op basis van de beschikbare feiten, lijkt geen verdergaande duiding voor de “nationaliteit” of "etniciteit" van Copernicus mogelijk te zijn, dan die van een Duitstalige Europeaan, die zich als een trouw onderdaan van de koning van Polen beschouwde. ControverseDe rooms-katholieke Kerk nam aanvankelijk geen stelling voor of tegen Copernicus, omdat de theorie niet als gevaarlijk werd beschouwd, mede vanwege het voorwoord van Osiander. Dat wil niet zeggen dat de aangevoerde argumenten door de Kerk aanvaard werden. Theologische oppositie tegen de theorie van Copernicus van kerkelijke zijde kwam van protestantse theologen (waaronder Maarten Luther) die zijn theorie niet in overeenstemming bevonden met de Bijbel. Later ging Galileo Galilei de denkbeelden van Copernicus onderbouwen en verbreiden, met onder meer zijn waarnemingen van de schijngestalten van Venus als bewijs. De rooms-katholieke kerk reageerde toen wel met het plaatsen van het werk van Copernicus op de lijst van verboden boeken (de Index van 1616). Het boek werd er in de 18e eeuw weer af gehaald nadat er enkele correcties op waren aangebracht, waarbij de eigenlijk theorie intact gelaten werd (1758). Galilei raakte trouwens wel ernstig in conflict met de Kerk. Hij werd in de ban gedaan en kreeg de laatste tien jaar van zijn leven huisarrest opgelegd door Paus Urbanus VIII, vanwege zijn uitspraken dat de Bijbel niet juist zou zijn. In de zeventiende eeuw staafden de waarnemingen en wetten van Johannes Kepler en de zwaartekrachttheorie van Isaac Newton het Copernicaanse wereldbeeld observationeel en theoretisch. Publicaties
Het originele manuscript dat Copernicus ten tijde van zijn overlijden bezat kwam in bezit van zijn vriend en pleitbezorger G.W. Rheticus. Nadien is het via vele omzwervingen in de huisbibliotheek van de adellijke familie Von Nostitz te Praag gekomen. In 1945 werd het door de Praagse autoriteiten geconfisceerd. Onder het communistische bewind heeft de Tsjechoslowaakse republiek het manuscript aan buurland Polen geschonken. Het manuscript bevindt zich sindsdien in de universiteitsbibliotheek van Krakau. Externe links
Bronnen
More about Nicolaus_Copernicus: picture of nicolaus copernicus, biography copernicus nicolaus planet, nicolaus copernicus time line, astronomy biography copernicus nicolaus, |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.