|
Article on other languages:
|
De Noord-Duitse Bond (Duits: Norddeutscher Bund) was een statenbond van 22 Duitse staten ten noorden van de Main die bestond tussen het uiteenvallen van de Duitse Bond (1866) en de vorming van het Duitse Keizerrijk (1871).
GeschiedenisOntstaanDe Duitse Bond, die alle Duitse staten had omvat, viel in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 uiteen. Op 18 augustus van dat jaar verklaarden 17 Pruisisch gezinde Noord-Duitse staten zich akkoord met het door Pruisen onder Otto von Bismarck voorbereide verbondsverdrag. In de volgende maanden sloten ook die staten ten noorden van de Main die zich in de oorlog tegen Pruisen hadden gekeerd en niet waren geannexeerd zich - al dan niet gedwongen - aan. Het gebied van de Noord-Duitse Bond omvatte daarmee op 21 oktober uiteindelijk 415.150 km² met bijna 30.000.000 inwoners. GrondwetVan 15 december 1866 tot 9 februari 1867 beraadslaagden afgevaardigden van deze staten te Berlijn over de nieuwe grondwet. Op 24 februari opende de Pruisische koning Wilhelm I de constituerende Rijksdag, die op 16 april 1867 de grondwet aannam. De koning van Pruisen was volgens deze grondwet bondspresident. Hij had het recht oorlog te verklaren, vredes en bondgenootschappen te sluiten, de bond in het buitenland te vertegenwoordigen, de bondskanselier te benoemen en de Bondsraad en Rijksdag te ontbieden. De bondskanselier (Bismarck) was alleen aan de bondspresident (Wilhelm I) verantwoording schuldig. De Bondsraad bestond uit afgevaardigden van de lidstaten die elk met een of meer stemmen (in totaal 43, waarvan Pruisen er 17 had) invloed konden uitoefenen op het aannemen van wetten. De Rijksdag kwam voort uit algemeen kiesrecht (1 afgevaardigde per 100.000 stemgerechtigden), maar had geen recht op amendement en initiatief. De Noord-Duitse Bond had bevoegdheden op het gebied van verkeers-, handels- munt- en douanewezen, marine en leger. De koning van Pruisen was opperbevelhebber. Voor het overige konden de lidstaten zelf over interne zaken beslissen. Al met al was de sterk door Pruisen gedomineerde Bond verre van democratisch en kwam deze nauwelijks tegemoet aan de wensen van de liberalen. Internationale betrekkingenDe Pruisische hegemonie in de Noord-Duitse Bond maakte de Franse keizer Napoleon III bezorgd over het Europese evenwicht. Reeds in 1867 speelde de Luxemburgse kwestie die ontstond toen Napoleon III het groothertogdom Luxemburg van de Nederlandse koning Willem III wilde kopen om het machtsevenwicht te herstellen; Pruisen protesteerde hiertegen sterk. Een tweede geschil met Frankrijk, de kandidatuur van de Duitse prins Leopold van Hohenzollern (uit de katholieke tak van het Pruisische koningshuis) voor de vacante Spaanse troon, leidde in 1870 tot de Frans-Duitse Oorlog. EindeIn deze oorlog streden ook de Zuid-Duitse staten (behalve Oostenrijk-Hongarije) aan Pruisische zijde. Op 15 november 1870 traden Baden en geheel Hessen-Darmstadt toe tot de Noord-Duitse Bond, Beieren volgde op 23 november en Württemberg op 25 november. Deze uitgebreide bond kreeg op 9 december de naam Duitse Rijk. Op 31 december trad een nieuwe grondwet in werking en op 18 januari 1871 kwam met de keizerskroning van Wilhelm I het Duitse Keizerrijk tot stand. LidstatenDe Noord-Duitse Bond omvatte alle Duitse staten ten noorden van de Main behalve Luxemburg en Limburg, twee staten die in personele unie met Nederland wel tot de Duitse Bond hadden behoord. Ook de Pruisische Hohenzollernsche Lande ten zuiden van de Main behoorden tot de bond. Van Hessen-Darmstadt, dat deels noordelijk en deels zuidelijk van deze rivier lag, had in 1866 slechts de noordelijke provincie Opper-Hessen moeten toetreden.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.