|
Article on other languages:
|
De Noordzee is een randzee van de Atlantische Oceaan in Noordwest-Europa, met een gemiddelde diepte van 94 meter. Ten zuiden van de Doggersbank bedraagt de diepte doorgaans minder dan 50 meter. De zee wordt aan drie zijden door land begrensd en opent zich trechtervormig naar de Noordoostelijke Atlantische Oceaan. In een straal van 150 kilometer van de kusten leven 80 miljoen mensen. De Noordzee is een belangrijke schakel in scheepsroutes en dient als verbinding tussen Europa en de andere wereldmarkten. Daarnaast zijn er nog vele veerverbindingen tussen de landen rond de Noordzee. De zuidelijke Noordzee is, samen met het aangrenzende Kanaal, de drukst bevaren scheepsvaartregio ter wereld. In de zeebodem bevinden zich grote aardolie- en aardgasreserves, die sinds de jaren 70 grootschalig geëxploiteerd worden. Commerciële visserij heeft het visbestand van de zee in de laatste decennia verminderd. Milieuproblemen zijn ontstaan door de zeevaart en doordat de vervuilde rivieren van Europa uitmonden net onder de Oostzee.
LiggingDe Noordzee ligt grotendeels op het Europees Continentaal plat. Alleen een smal gebied van de Noordelijke Noordzee voor Noorwegen ligt niet op deze plaat en is veel dieper (zo'n 700 meter). De Noordzee wordt in het Westen begrensd door Engeland en Schotland op het eiland Groot-Brittannië. In het Noordoosten grenst de zee aan het Scandinavische schiereiland (Noorwegen) en in het Oosten en Zuidoosten aan de op het Europese continent liggende landen Denemarken, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk. In het Zuidwesten gaat de Noordzee via de Straat van Dover (ook Nauw van Calais genoemd) in het Kanaal over. In het Oosten is er via het Skagerrak en het Kattegat contact met de Oostzee en naar het Noorden is er een trechtervormige opening richting de Noordelijke IJszee, die het Oosten van de Noordelijke Atlantische Oceaan vormt. Naast de duidelijke grenzen van de kusten der verschillende omliggende landen, wordt de Noordzee begrensd door een denkbeeldige lijn van het Noorse Lindesnes naar het Deense Hanstholm. De Noordelijke grens ligt minder duidelijk vast. Traditioneel wordt een gedachte grenslijn van Noord Schotland over de Shetland eilanden naar het Noorse Ålesund verondersteld; volgens het Oslo-Parijs verdrag van 1962, loopt de grens iets Westelijker en Noordelijker (ter hoogte van het Noorse Geirangerfjord). De belangrijkste rivieren die de Noordzee van water voorzien vanuit het vasteland zijn de Elbe, de Wezer, de Eems, de Rijn, de Maas en de Schelde. Vanuit Groot-Brittannië stromen de Theems en de Humber in de Noordzee uit. De oppervlakte van de Noordzee bedraagt ongeveer 575.000 km² bij een watermassa van 54.000 km³. NaamDe naam "Noordzee" stamt uit het Middelhoogduits. Men vermoedt dat de Noordzee zijn naam heeft gekregen van de Friezen die destijds aan de zuidelijke kust woonden. Ten zuiden van Friesland lag destijds de Zuiderzee, de inmiddels geheel ingepolderde zeearm in Friesland in heette Middelzee. Ook gezien vanuit de Duitse Hanzesteden lag de zee in het Noorden (zoals de Oostzee ten Oosten van de Hanzesteden lag). In Denemarken wordt (naast de naam Nordsøen) nog steeds de naam Vesterhavet (Westzee) gebruikt. Via de verspreiding van de door de Hanzekooplieden gebruikte kaartmaterialen, verspreidde de naam zich door heel Europa. Oude, nog lang gebruikte alternatieve namen voor de Noordzee waren Mare Frisicum en Mare Germanicum. Die benamingen komen uit het Latijnse taalgebied binnen Europa (Romeinse Rijk, Frankische Rijk). Tot aan de Eerste Wereldoorlog noemden de Engelsen de North Sea de German Ocean. Geologie en Hydrologie
Noordzee met dieptelijnen
GeologieDe Noordzee is geologisch gezien een oude zee. Het ontstaan en dynamische veranderingen in grootte en vorm zijn het resultaat van ongeveer 350 miljoen jaar geologische geschiedenis. Sinds halverwege het Tertiair (de laatste 20 miljoen jaar) zijn de bodemdalingspatronen van het Noordzeebekken vergelijkbaar met nu. De ligging van bodemdalingsgebieden ten op zichte van nauwelijks dalende gebieden langs de bekkenrand bepaalt de grootte van de Noordzee bij wisselende zeespiegelhoogte. De huidige toestandDe huidige Noordzeegrootte is enige duizenden jaren na het einde van de laatste IJstijd bereikt. Het is een stadium met relatief hoge zeespiegelstand. Tot zo'n 6000 jaar geleden was er sprake van zeespiegelstijging naar min-of-meer (± 1 meter) de huidige stand. Doordat de Noordzeebodem zakt, stijgt de zeespiegel relatief nog steeds. Over de laatste 6.000 Jaar in totaal zo'n 5 meter, waarvan ongeveer 50 centimeter in de laatste 1000 jaar. In de laatste anderhalve eeuw is de zeespiegelstijging ongeveer 20 tot 25 centimeter, wat er op duidt dat er niet alleen bodemdaling maar ook hernieuwde zeespiegelstijging is, t.g.v. het opwarmende wereldklimaat. IJstijden: droogvallende en onderlopende NoordzeeIn de laatste ijstijd (het Weichselien) en in eerdere ijstijden lag de Noordzee grotendeels droog. De zeespiegel stond tientallen meters lagen omdat werelwijd veel water als gletsjerijs en ijskappen lag opgeslagen. Het zuidelijke deel van de Noordzee is het ondiepste gedeelte en lag in ijstijden regelmatig droog. Ongeveer 9000 jaar geleden verdronk de zuidelijke Noordzee voor het laatst, in de aanloop naar de huidige toestand. Op het hoogtepunt van de laatste ijstijd, stond de zeespiegel tot 120 meter onder de huidige stand en liep de kustlijn ongeveer 600 kilometer noordelijker. Delen van de Noordzee nabij Schotland en Scandinavië/Denemarken waren met landijs bedekt. In enkele eerdere ijstijden was dat in nog veel sterkere mate het geval - vooral in het Saalien en Elsterien. Alleen het uiterste zuiden van de Noordzee is nooit met landijs bedekt geweest. In de warmere perioden zoals het voorlaatste interglaciaal (rond 125.000 jaar geleden) lag de Noordzeekust op min of meer vergelijkbare locatie als de huidige. De verbinding in het zuidwesten door het Nauw van Calais naar Het Kanaal bestond ook in het laatste interglaciaal, maar daarvoor nog niet. Tot ca. 130.000 jaar geleden was dat gebied landbrug: de Britse Eilanden en het Europese vasteland vormden toen één landmassa, zowel in ijstijden als in interglacialen. Transgressie aan einde laatste ijstijdIn de laatste millennia van het Weichselien (22.000-12.000 jaar geleden) steeg de zeespiegel van ca. 120 naar ca. 60 meter onder het huidige zeeniveau (transgressie). De Noordzee kustlijn lag toen direct noordelijk van de Doggersbank. De rivier de Elbe mondde er in uit. De zuidelijke Noordzee was nog land, waar dieren en mensen leefden en verder westelijk gelegen gebieden zoals de Britse Eilanden konden koloniseren. Het uiterste zuiden werd doorkruist door de Rijn met de Maas als zijrivier. In het Nauw van Calais mondde zij in Het Kanaal uit. In de daaropvolgende millennia bleef het water stijgen, uiteindelijk tot de huidige hoogte. De snelheid van zeespiegelstijging nam gestaag af. De rivierdalen van Elbe en Rijn verdronken in de Noordzee (transgressie). Rond 9000 jaar geleden maakten Noordzee en Nauw van Calais-zee contact. In het millennium daarna werd de Noordzee door de Storegga tsunami getroffen. De Nederlandse kustlijn inclusief Strandwal en Waddenzee vormden zich vanaf 6000 jaar geleden. Langs de zandige zuidoost kust van de Noordzee vormden zich strandwallen. Tussen strandwallen en land-boven-zeeniveau lagen lagunes. Veel lagunes slibden deels met klei dicht en groeiden met veen vol. Andere gebieden bleven waddengebied. In dit gebied worden afwisselend fases van uitbreiden van de lagune-zee en fases van verzoeting waargenomen. Dit zijn lokale transgressies en regressies door het openen en sluiten van zeegaten, ze zijn niet synchroon in ieder segment van de Noordzeekust. De laatste 5.000 jaar (terug tot 3000 v.Chr.) lag de zeespiegel binnen vier meter onder het huidige niveau. De laatste 2.000 jaar (terug tot jaar 0) was dat binnen twee meter. De strandwallen in Nederland bouwden zich van ca. 6.000 tot ca. 1.500 jaar geleden zeewaarts uit - sindsdien is de kustlijn tot de huidige positie afgeslagen. Doggers- en KlaverbankOngeveer midden in de Noordzee ligt de Doggersbank, een grote zandbank met een gemiddelde diepte van 15 tot 20 meter. Vanwege de vele beenderen van Mammoeten die daar zijn gevonden, vermoedt men dat deze dieren daar zijn omgekomen toen de Noordzee na de laatste ijstijd onderliep ten gevolge van het smelten van de ijskap en het stijgen van de zeespiegel, waardoor de Doggersbank een soort laatste toevluchtsoord werd. Ten zuiden van de Doggersbank ligt de Klaverbank, een grindbank die een overblijfsel is van een oude rivierbedding. HydrografieBasisgegevensHet zoutgehalte van het zeewater is afhankelijk van de plaats en het jaargetijde en ligt tussen 15-25 promille in de buurt van de riviermondingen, tot 32-35 promille in de Noordelijke Noordzee. De temperatuur ligt gemiddeld tussen 18 °C ‘s zomers en 1 °C ‘s winters. De temperatuur varieert daarbij sterk, afhankelijk van de waterdiepte en de stroming vanuit de Atlantische Oceaan. In de diepere noordelijke Noordzee, in een gebied zuidelijk en oostelijk van de Shetland eilanden, ligt de watertemperatuur door het binnenstromende Atlantische water het hele jaar door bijna constant rond 10 °C. Aan de zeer ondiepe Waddenzeekust komen de grootste temperatuurschommelingen voor en kan in zeer koude winters ook ijsvorming optreden. WatercirculatieHet zoutwater stroomt de Noordzee binnen vanuit de Atlantische Oceaan, door Het Kanaal en langs de Schotse kusten. De direct in de Noordzee uitmondende rivieren leveren jaarlijks ongeveer 296 tot 354 km³ zoet water. De grootste zoetwater leveranciers zijn de in de Oostzee uitmondende rivieren, die via het Skagerrak uiteindelijk naar de Noordzee stromen. Deze rivieren zorgen per jaar voor 470 km³ zoet water.
Uitmondende rivieren van de Rijn-Maasdelta
Het getijdebekken The Wash aan de Engelse kust bij laagwater
Langs de Deense en Noorse kusten stroomt het water via de Noorse Stroom terug de Atlantische Oceaan in. Deze beweegt zich vooral in een waterdiepte van 50-100 meter. Het brakwater van de Oostzee en het uit de fjorden voortkomende zoete water, zorgen hier voor een relatief laag zoutgehalte (minder dan 34,8 promille). Een deel van het warmere binnenkomende oceaanwater buigt langs de Stroom weer noordwaarts af en zorgt voor een warme kern met in de winter een temperatuur van 2-5 °C. In ongeveer één tot twee jaar is het water in de zee geheel vervangen door vers water. Binnen de zee vallen aan de hand van de temperatuur, het zoutgehalte, organische stoffen en vervuiling, duidelijke wateroppervlaktes te herkennen. Deze zijn in de zomer meer zichtbaar dan in de winter. Grote fronten zijn het "Friese Front", welke het water uit de Atlantische Oceaan scheidt van het water uit Het Kanaal en het "Deense Front", die het kustwater van het water van de centrale Noorzee scheidt. De mondingen van de grote rivieren gaan slechts langzaam in het Noordzeewater op. Water uit de Rijn en de Elbe laat zich bijvoorbeeld nog tot aan de Noordwest kust van Denemarken duidelijk van zeewater onderscheiden. De grootste wateren met directe mondingen in de Noordzee zijn:
Firth of Tay bij Dundee
GetijdenDe getijden komen voort uit de getijgolf in de Noordelijke Atlantische oceaan; de Noordzee zelf is te klein en te vlak om een noemenswaardige invloed te hebben. Eb en vloed wisselen zich af in een ritme van 12,5 uur. De getijgolf loopt, op grond van het Corioliseffect, om Schotland heen tegen de klok in langs de Engelse kust. Ongeveer 12 uur later is de Duitse Bocht bereikt. De golf loopt daarbij rondom drie amfidromieën (getijloze gebieden). Eén middelpunt ligt vlak voor het Nauw van Calais. Deze vormt zich door de getijgolven die via Het Kanaal getransporteerd worden. Het gebied beïnvloed het smalle deel van de Noordzee tussen het zuiden van Engeland en Nederland. Het andere amfidromische systeem bestaat uit twee bij elkaar gelegen punten voor de kust van zuidelijk Noorwegen. Deze vormen gezamenlijk één getijgolf. Flora, fauna en milieubeschermingSterke getijden, grote algen- en kelpwoudrijke watergebieden en de grote voedselvoorraad in de zee, zorgen voor een grote diversiteit van levensvormen. BiotopenDe Noordzee biedt een reeks zeer uiteenlopende biotopen. Zo zijn verschillende kusttypen te onderscheiden, zoals steile kusten, rotskusten en zandkusten, welke feitelijk het aquatiele leven bepalen. Belangrijke overgangsgebieden worden in de Noordzee onder andere gevormd door de kwelders en de wadden, waarin eb en vloed van grote invloed zijn op het leven. In de Noordzee ligt het grootste en soortenrijkste waddengebied ter wereld. Ook de bereiken van de grote riviermondingen, de estuaria, die zich onderscheiden door een doormenging van instromend zoetwater en het zoute zeewater, vormen een eigen biotoop. Verder zijn er biotopen te onderscheiden in het water van de volle zee (pelagisch leven) en op de zeebodem (benthisch levensvormen). De benthische biotopen zijn verder te onderscheiden op grond van de diepte van de bodem of op grond van de bodemsamenstelling. MilieubeschermingMilieuproblemen zijn ontstaan door diverse oorzaken. Er worden direct schadelijke stoffen in de Noordzee geloosd en rivieren voeren schadelijke stoffen met zich mee. Vooral langs de kusten lijdt het Noordzeemilieu onder de belasting ten gevolgen van menselijke exploitatie. De kustbescherming heeft aan de hele zuidelijke Noordzeekust het landschap sterk beïnvloed. Toerisme en recreatie spelen een ambivalente rol: aan de ene kant vormen deze activiteiten een grote belasting voor het kustgebied, aan de andere kant geven ze een directe economische prikkel het landschap niet verder aan te tasten. Vanwege overbevissing kromp in de 70er Jaren vooral de Noordzeeharing populatie. Het kabeljauwbestand is, ondanks een EG-maatregel uit 1983, in de laatste jaren extreem teruggelopen. In het kader van milieubescherming troffen de aanliggende landen verschillende overeenkomsten. De Bonner overeenkomst van 1969 was de eerste internationale overeenkomst en betrof uitsluitend de mogelijke negatieve gevolgen van de oliewinning. De overeenkomsten van Oslo (1972) en Paris (1974) hielden zich voor het eerst grondig bezig met vervuiling door schadelijke stoffen. In het vervolg van deze verdragen, sloten de aanliggende landen in 1992 een verdrag tijdens Oslo-Paris-conventie. De milieubescherming langs de kusten bleef een aangelegenheid van de verschillende landen zelf. Daartoe zijn verschillende nationale regelingen getroffen. Kusten en eilanden
De Noordzeekust is nog niet in een eindtoestand, maar is voortdurend in beweging. Oorspronkelijk veranderde de kustlijn alleen door natuurfenomenen, zoals stormvloeden. De laatste 500 jaar hebben daarnaast ook menselijke activiteiten gericht op landaanwinning de Kustlijn verlegd. Noordelijke en Westelijke NoordzeeDe Noordzee wordt westelijk begrensd door het eiland Groot-Brittannië. Tot de grootste eilandgroepen, die helemaal in de Noordzee liggen, behoren de Orkney- en de Shetlandeilanden. De noordelijke Noordzeekusten zijn glaciaal gevormd door de grote gletsjers, die gedurende de verschillende ijstijden op deze plaats lag. Daardoor ontstond een sterk geaccidenteerd en ruig kustlandschap. De fjorden ontstonden door gletsjers. Deze schrapten in de bodem diepe geulen. Gedurende de volgende stijging van de zeespiegel vulden de geulen zich met water. De steile en voor de Noordzee relatief diepe fjorden komen vooral aan de Noorse kust voor. Zuidelijke NoordzeeDe vlakke zuidelijke en oostelijke kust tot aan Denemarken, is qua eigenschappen eveneens in de ijstijden gevormd, maar de vorm wordt vooral door de zee en sedimentafzetting bepaald. Het kustverloop is vlak; de getijden overstromen vaak grote stroken land en geven deze dan vervolgens weer vrij. Het water kalft sediment af. Er worden strandwallen en duinen gevormd. De Waddeneilanden zijn barrière-eilanden. Ze ontstonden waarschijnlijk op brandingsruggen: hoge zandbanken die onder andere werden gevormd door de branding en die uiteindelijk alleen nog door stormvloeden overstroomd werden. Met het uitzaaien van de eerste planten, vormde zich vervolgens land. Hoewel het tegenwoordig vaste eilanden zijn, zijn waddeneilanden nog steeds in beweging (wandelen). Op het Oostfriese Juist zijn bijvoorbeeld sinds 1650 vijf verschillende Kerkpleinen geweest, aangezien de kerk steeds verplaatst moest worden in verband met de veranderende vorm van het eiland. Juist bestond vroeger ook uit 2 verschillende eilanden, maar deze groeiden uiteindelijk aan elkaar. KustbeschermingDe kusten van Nederland, België, Duitsland en Denemarken zijn zeer vatbaar voor stormvloeden. Deze kusten zijn relatief vlak en een geringe stijging in het waterpeil zal voldoende zijn om grote stukken land onder water te zetten. Daarnaast zijn westelijke stormen over de Noordzee vaak erg heftig, waarbij de zuid-oostelijke kusten het meest gevaar lopen. De vroegst bekende stormvloed in Nederland, is die van 838, waarbij een groot deel van noord-west Nederland onderliep. De bekendste overstroming is de Watersnood van 1953, waarbij door een combinatie van noord-wester storm en springvloed grote stukken land in Zeeland, West-Vlaanderen en Zuid-Holland onder water kwamen te staan. 1835 mensen kwamen hierbij om het leven. Waar vroeger de kusten gekenmerkt werden door een moeras-achtig leven met stroompjes, beken en rivieren die het land opdeelden in allerlei kleine eilandjes, begonnen enkele Nederlandse notabelen eind 17e eeuw met het ontwerpen van onze hedendaagse dijken en het inpolderen van stukken land. Na de grote ramp van 1953 werden deze dijken nogmaals verhoogd. ScheepvaartDe Noordzee is van groot belang voor de scheepvaart. Enkele van de drukst bevaren scheepvaartroutes lopen door de Noordzee. Ook liggen er veel havens van internationale allure rond de Noordzee waarvan een deel tot de grootste havens ter wereld behoort. Ondanks hevige concurrentie van nieuwe vaste oeververbindingen, met name van de in 1994 geopende Kanaaltunnel tussen het Franse Calais en het Engelse Dover, bestaan er nog steeds veel veerbootverbindingen tussen de landen aan de Noordzee. Havens rond de Noordzee
North Sea Cycle RouteSinds 5 mei 2001 kan de hele Noordzeekust gevolgd worden via een bewegwijzerde fietsroute, de North Sea Cycle Route. Het gedeelte in Nederland loopt van Hoek van Holland via de Afsluitdijk, naar Nieuweschans, over de Nederlandse lange-afstandsfietsroutes LF1 en LF10. Zie ookExterne links
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.