|
Article on other languages:
|
Zaadplanten zijn planten waarbij de seksuele voortplanting gebeurt via zaden. De zaadplanten kunnen behandeld worden in de rang van stam (phylum) of superstam, onder de naam Spermatophyta. De Heukels, 2005, behandelt ze in de rang van klasse (classis), onder de wat curieuze naam Spermatopsida (de naam Spermatophyta mag in elke rang gebruikt worden, ook in die van klasse). KenmerkenDe zaadplanten bestaan uit drie hoofdorganen: wortel, stengel en blad. Alle delen van een zaadplant zijn in de loop van de evolutie hieruit ontstaan. Zo zijn de bloemdelen alle af te leiden van bladen. Ranken kunnen zijn afgeleid van een blad (bladranken) of van een stengel (stengelranken). Doornen zijn ook of van een blad, of van een stengel afleidbaar (bladdoornen, respectievelijk takdoornen). Soms zijn er geen argumenten te bedenken om een plantendeel van een van de hoofdorganen af te leiden. In zo`n geval wordt het desbetreffende deel uitgeroepen tot "emergentie". Een voorbeeld daarvan zijn de scherpe uitsteeksels die bij rozen voorkomen. Omdat ze niet af te leiden zijn, noemt men ze "stekels". Dus geen doornen! In de levensloop van de zaadplanten doorloopt de plant een vegetatieve en een generatieve fase.
BestuivingEr bestaan 3 soorten bestuiving:
Op welke wijze kan stuifmeel op de stempel terecht komen?
TaxonomieDe zaadplanten zijn een natuurlijke groep planten die zowel traditioneel als volgens de laatste inzichten onderverdeeld worden in de naaktzadigen (Gymnospermae) en de bedektzadigen (Angiospermae of, in APG II terminologie, angiosperms). |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.