|
Article on other languages:
|
De stengel geeft aan de plant stevigheid en zorgt voor transport van water, mineralen en assimilaten. Daarnaast zorgt de stengel voor de groei van de plant zowel door groei in de lengte als in de dikte.
AlgemeenEen plantenstengel bestaat uit leden (internodiën) en knopen (nodiën). De knopen zijn vaak verdikt. Op de knopen van de stengel zitten de bladeren. Bij houtachtige gewassen zijn de twijgen bedekt met een kurklaagje. Omdat kurk geen lucht doorlaat zitten op het oppervlak van deze twijgen lenticellen, vergelijkbaar met huidmondjes bij bladeren, waardoor gasuitwisseling door de kurklaag heen toch mogelijk is. Ook kunnen er klieren op de stengel voorkomen, zoals bij reuzenbalsemien en vlier. Aan de top van de stengel zit een groeipunt, dat bij kruidachtige planten in de vegetatieve fase van de plant bladeren vormt en in de generatieve fase bloemen. Bij houtachtige gewassen, zoals appel en peer, zijn zowel bladknoppen (vegetatieve knoppen) als bloemknoppen (generatieve knoppen) aanwezig. In de oksels van de bladeren en aan het eind van de stengel zitten één of meer knoppen, die scheuten (nieuwe stengels met bladeren of bloemen) kunnen vormen. Zijn deze knoppen verdwenen of zwaar beschadigd dan kunnen uit zogenaamde slapende (adventief) knoppen weer nieuwe scheuten ontstaan. De stengel kan al of niet vertakt zijn.
AnatomieDe anatomie bestudeert de inwendige bouw van de plant. Bij eenzaadlobbigen of monocotylen komen de vaatbundels verspreid in de stengel voor. Hierdoor is geen secundaire diktegroei mogelijk. Bij tweezaadlobbigen of dicotylen zijn de vaatbundels ringvormig gerangschikt, waardoor secundaire dikte groei kan optreden. Bomen behoren dus altijd tot de tweezaadlobbigen. Op de foto bestaat de lichter gekleurde ring uit de vaatbundels. Bastvaten (floeem) vervoeren assimilatieproducten, met name suiker, en de houtvaten (xyleem) vervoeren water met daarin opgeloste voedingsstoffen. Alles wat binnen de ring van de vaatbundels ligt, noemt men het merg van de stengel en bestaat uit parenchym. Aan de buitenkant van de stengel bevindt zich de opperhuid (epidermis). VormDe stengel kan rond, hoekig en geribd, gevleugeld, glad, hol of gevuld zijn. Ook kan de stengel al of niet behaard zijn en kunnen er stekels of doornen aan de stengel zitten. Een stekel, zoals bij braam, is een kegelvormig uitgroeisel van de opperhuid en is niet verbonden met het inwendige van de stengel of tak. Een doorn, zoals bij berberis, zit in de plaats van een blad (bladdoorn) of zoals bij meidoorn, een tak (takdoorn) en is verbonden met het inwendige van de stengel. De stengel kan zeer lang tot zeer kort zijn. Bij een zeer korte stengel wordt van een bladrozet gesproken. De stengel kan zeer dun tot vele meters dik zijn. Vlezige stengels, zoals bij asperge, worden als voedsel gebruikt. Bij cactussen wordt in het parenchymatisch weefsel van de verdikte stengel water opgeslagen. De stengelleden kunnen gevuld of hol zijn. De knopen zijn altijd massief. Een voorbeeld van een plantensoort met holle stengelleden is riet, witte dovenetel en kalmoes. Solitaire bijen leggen hun eitjes in afgestorven holle stengels. Van de stengel van kalmoes kan een fluitje gemaakt worden door de stengel onder twee knopen door te snijden en net boven de knoop met een scheermesje een kleine snede in de lengte richting te maken. De stengel kan rechtop staan, maar ook kruipend zijn.
WortelstokEr komen ook ondergrondse stengels voor. Wortelstokken (rizomen) zijn ondergrondse, meestal horizontaal lopende, al of niet opgezwollen stengels. Er zijn enkele zeer hardnekkige onkruiden met wortelstokken zoals kweek en brandnetel. UitloperBij sommige plantensoorten, zoals aardbei, komen uitlopers voor. Aan het eind van de uitloper wordt weer een plant gevormd. SchijnstamBij palmen is er sprake van een schijnstam, omdat deze stam geen stengel is maar bestaat uit op elkaar gestapelde bladvoeten. GroeiwijzeDe groeiwijze kan monopodiaal of sympodiaal zijn. BloeistengelEen bloeistengel wordt gevormd op het moment dat het groeipunt overgaat van vegetatief naar generatief. Een bloeistengel kan één of meer bloemen dragen. Bij planten met een bladrozet wordt een aparte bloeistengel gevormd. Bij grasachtigen, zoals gras en maïs, schuiven de knopen uit elkaar door verlenging van de stengelleden en vormen zo een bloeistengel. StengelknolStengels zijn soms met reservevoedsel gevuld en worden dan stengelknollen genoemd. De ondergrondse stengel bij aardappel heet een stolon. Aan het eind van een stolon wordt de stengelknol, de aardappel, gevormd. De ogen op de aardappelknol zijn de knoppen van de stengel. De aardappelknol heeft een zogenaamde kiemrust d.w.z. dat een aardappelknol niet eerder uitloopt en nieuwe stengels vormt dan wanneer de kiemrust doorbroken is. Begin januari is de kiemrust doorbroken en kan de aardappel uitlopen. In het donker bewaarde aardappelen vormen dan door etiolementsgroei lange witte stengels en wortels. Bij andere knolgewassen, zoals koolrabi en knolraap, is het hypocotyl sterk verdikt en zit de knol bovengronds. Bij de krokus zit de verdikte hypocotyl onder de grond en wordt hij omgeven met een vlies. BolBij bolgewassen, zoals tulp en narcis, bestaat de bol uit een schijf met rokken. De schijf is een verdikte en verbrede stengel. De rokken zijn verdikte bladeren. Klim- en slingerplantenEr zijn planten die hun stengels ergens omheen winden, zoals bij Hop en stokboon of zich met hun stengels ergens aan vast hechten met behulp van hechtwortels of hechtnapjes. Klimop gebruikt beide mogelijkheden. StengelbewegingenBij legering door harde wind of regen kunnen de stengels zich weer op een knoop oprichten, doordat de cellen aan de onderkant van de knoop zich strekken. BewortelingPlanten kunnen vegetatief vermeerderd worden door middel van stengel- en scheutstek. Als stengels op de grond liggen kunnen bij sommige plantensoorten zich op de knopen wortels vormen. Wortels die uit een stengel ontstaan worden adventief wortels genoemd. ParasitismeHoewel de meeste parasitaire planten haustoriën op de wortels vormen, zijn er ook die door de stengel gevormde haustoriën hebben, zoals klein warkruid. StengelaantastingenEr zijn verschillende schimmels, zoals voetziekten bij granen die de stengel kunnen aantasten. SignatuurleerIn de signatuurleer geeft een behaarde stengel aan dat het kruid werkzaam is op huid, haren en slijmvliezen. Externe linkhttp://biologi.uio.no/plfys/haa/anatomi/mikro.htm : anatomische doorsneden van stengels More about Stengel: forging genius the making of casey stengel, casey stengel quote, richard stegall, rick stengel, jeremy stengel, roller coaster the roller coaster designer werner stengel, john stengel, stengel nutzfahrzeuge.de, werner stengel, |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.