|
Met walnoot wordt meestal gedoeld op de vrucht van de okkernoot (Juglans regia), ook wel gewone walnoot genoemd. De vruchten van andere soorten in het geslacht Walnoot (Juglans) heten ook wel zo, maar zijn in de praktijk minder vaak in de handel. Botanisch-technisch gezien wordt de walnoot wel beschouwd als een steenvrucht, dus geen noot, in tegenstelling tot de eikel en de hazelnoot. Van de andere kant is de walnoot, in het algemeen spraakgebruik, juist de archetypische noot. De naam is een verbastering van Waalse noot, met de betekenis: uit het zuiden afkomstig. Men gebruikt meestal een notenkraker om de dop te kraken en de walnoot te consumeren. Onrijpe walnoten worden gebruikt voor de bereiding van de vruchtenlikeur nocino. De notendop werd vroeger gemalen gebruikt als anti-aanbaklaag in bakkersovens. Nu nog worden in de vliegtuigindustrie de fijngemalen doppen gebruikt als polijstmiddel en de NASA gebruikt dit als isolatiemateriaal in raketten om deze tegen hoge temperaturen te beschermen. Bij een te dikke en harde schaal kan het openen van de noten moeizaam zijn. Bij een te dunne schaal daarentegen kunnen vogels schade geven, doordat ze de schaal dan open kunnen pikken. Schaalgebreken zijn een veelvuldig voorkomend euvel: een onvolledige vorming van de houten schaal rond de kern. Dit treedt vooral op aan de top van de noot en uit zich in dunne of weke schaalgedeelten of zelfs het plaatselijk ontbreken van stukken schaal. Als gevolg van weersomstandigheden treden in bepaalde jaren schaalgebreken vaker op dan in andere jaren. Ook komen soms beschimmelde kernen voor. Deze zijn het resultaat van het niet geheel afsluiten van de twee schaalhelften.
Bloeiwijze en productie
De mannelijke bloemen zijn katjes
Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen bij de walnoot aan dezelfde boom voor. Mannelijke bloemen zijn in katjes verenigd. Vrouwelijke bloemen bevinden zich al of niet in trossen aan het einde van nieuwe scheuten, die in het voorjaar ontstaan uit de eindknop van de langloten en uit enkele daaronder gelegen knoppen. Bij de rassen die bekend staan als kortlotdragers komen vrouwelijke bloemen ook aan de kortloten voor, dus meer gespreid langs de takken. Deze rassen (zoals Broadview en Nr. 16) zijn dus in principe veel vruchtbaarder. Vele rassen kunnen vrucht zetten met eigen stuifmeel, maar verschillende bloeitijden van de mannelijke en vrouwelijke bloemen kan dit beletten. Bij de meeste rassen bloeien de mannelijke en de vrouwelijke bloemen namelijk niet tegelijk. De mannelijke bloemen bloeien meestal eerst, hetgeen protandrie wordt genoemd, maar er zijn ook rassen waarbij het omgekeerde het geval is (protogynie). Daarom is het aan te bevelen om tenminste twee verschillende rassen te planten waarvan de bloeiperioden van de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen elkaar voldoende overlappen. De walnoot is een windbestuiver. Omdat de mannelijke bloeiwijzen zeer veel stuifmeel leveren dat over grote afstanden kan worden getransporteerd, worden in commerciële beplantingen slechts enkele bestuiverbomen per hectare geplant. Bij het planten van de bestuivers kan het beste rekening worden gehouden met de overheersende windrichting. Er zijn rassen die zonder eigen of vreemd stuifmeel toch noten leveren, als gevolg van apomictische vruchtzetting (apomixie). De neiging tot apomictische vruchtzetting kan echter van jaar tot jaar verschillen, waardoor het aanplanten van een geschikte bestuiver toch meer oogstzekerheid geeft. De productiviteit kan per jaar en per ras variëren. Onvoldoende productiviteit kan voor een deel berusten op (te) vroeg uitlopen van de knoppen in het voorjaar waardoor vorstschade aan de jonge scheuten en daarmee de vrouwelijke bloemen kan ontstaan. Rassen die vroeg uitlopen (zoals Plovdivski, Proslavski, Rita, Nr. 16 en Coenen) lopen meer kans op nachtvorstschade dan rassen die laat uitlopen (zoals Buccaneer, Wonder van Monrepos, Parisienne en Franquette). Ook gevoeligheid voor wintervorst, waardoor twijguiteinden kunnen bevriezen en afsterven, leidt tot verlies aan productie. VermeerderingWalnoten kunnen door middel van zaaien worden vermeerderd, maar bij gezaaide bomen zijn de eigenschappen van tevoren niet bekend. Gezaaide bomen kunnen laat in productie komen, vaak pas na 10 tot 15 jaar. Voor de professionele teelt wordt meer en meer gebruik gemaakt van geënte bomen. Geënte bomen hebben als voordeel dat men door voor een bepaald ras te kiezen vooraf de eigenschappen kan bepalen als groeikracht, groeiwijze, bloeitijden, productie en vruchtkenmerken. Bovendien wordt door bomen van hetzelfde ras te planten een uniforme aanplant verkregen. Geënte bomen komen snel in productie, soms al na 2 tot 4 jaar. De geënte bomen zijn uiteraard wel duurder in aanschaf, doch door de genoemde voordelen en doordat de boom voor zeer veel jaren wordt aangeschaft, is dit het prijsverschil wel waard. Voor het enten wordt gebruik gemaakt van een onderstam. Hiervoor worden meestal zaailingen van de gewone walnoot (Juglans regia) gebruikt, hoewel ook die van de Zwarte walnoot (Juglans nigra) kunnen worden gebruikt. Dit laatste is echter niet aan te bevelen, omdat de Zwarte walnoot gevoelig is gebleken voor het kersenbladrolvirus. Dit virus kan in walnoten voorkomen en kan zich via stuifmeel verspreiden. Via het stuifmeel verspreidt het virus zich dan vanuit de vrouwelijke bloemen door de boom. Wanneer het virus de onderstam van de Zwarte walnoot bereikt, reageert deze met afsterven. Bomen die op een gewone walnoort zijn geënt hebben daardoor een langere levensduur. Omdat bij de opkweek van geënte bomen in de boomkwekerij de penwortel meestal ontbreekt, moet een geënte boom op de uiteindelijke plaats diep worden geplant (met de entplaats net onder de grond) en moet een stevige steunpaal worden aangebracht om scheef waaien te voorkomen. RassenIn België en Nederland zijn inmiddels geënte bomen van diverse rassen verkrijgbaar. Hieronder volgt een beschrijving van diverse bekende (en minder bekende) rassen:
ZiektenWalnoten kunnen te lijden hebben van bacteriebrand (Xanthomonas campestris pv. juglandis) en van bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla). Bladbeschadiging, zwarte vlekken en bladval, en daardoor oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral in slechte natte zomers op. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid. Drogen van de notenOp kleine schaal kunnen de noten gedroogd worden met behulp van een verfbrander. Met de verfbrander wordt regelmatig heen en weer over de noten gegaan totdat de schaal van de noten licht begint op te drogen. Omdat er na verloop van enige tijd nog vocht uit de noot naar buiten treedt moet het drogen enkele dagen herhaald worden totdat de schaal goed droog blijft. SmaakHet witte vruchtvlees van de verse Hollandse natte walnoot heeft een zacht/zoete smaak. Om het witte vruchtvlees zit een geel schilletje, dat bitter smaakt. De bittere smaak verdwijnt met een aantal dagen. Als de noten vers zijn, kun je het schilletje makkelijk verwijderen. GezondheidVolgens Spaans onderzoek (Hospital Clinico in Barcelona) blijkt dat walnoten een positieve rol vervullen binnen de voeding. Walnoten leveren een bijdrage aan het flexibel en elastisch houden van de aderen. Zij verbeteren de conditie van de endotheelcellen op de binnenwand van de bloedvaten (o.a. goed voor laag houden cholesterol). Dat wordt verklaard door de vetzuursamenstelling, walnootolie bevat immers ruim 10% alfa-linoleenzuur en maar liefst 58% cis-linolzuur. Zie ook: |
This article is from Wikipedia. All text is available under the terms of the GNU Free Documentation License.